Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/4.3.3.2
4.3.3.2 De fysieke leefomgeving
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS359702:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In par. 3.3.5 heb ik aangegeven wat ik daaronder versta.
Bedoeld is het moment van indiening van het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de inwerkingtreding van de Wabo op 1 oktober 2010.
Kamerstukken II 2006/07, 30 844, nr. 3, p. 15.
Art. 2.10-2.20 Wabo.
Zie par. 3.2.4.
Zie par. 3.4.6.
Zie par. 4.4.3.
Cursivering van mij, JvdB.
Bedoeld is het moment van indiening van het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de inwerkingtreding van de Wabo op 1 oktober 2010.
Wet ruimtelijke ordening.
Woningwet.
Monumentenwet 1988.
Wet milieubeheer.
Kamerstukken II 2006/07, 30 844, nr. 3, p. 15.
Robesin, Moderne milieuregels 2005, p. 190.
Het samenhangcriterium 'fysieke leefomgeving' speelt een belangrijke rol in de Wabo. De Wabo heet voluit de wet 'Regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht).' Zoals hiervoor aan de orde kwam, wordt het wetssysteem van de Wabo bepaald door het samenhangcriterium van een project: een plaatsgebonden project dat bestaat uit één of meer activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving.
Het begrip fysieke leefomgeving1 is desondanks niet gedefinieerd in de Wabo. In de memorie van toelichting wordt opgemerkt dat er 'vooralsnog van af is gezien het begrip 'fysieke leefomgeving' nader te definiëren in de Wabo. Dit heeft te maken met de voorlopige keuze voor model 3, de 'integrale omgevingsvergunning met schotten'. In dit model worden, (...) de toetsingskaders immers nog niet inhoudelijk geïntegreerd. overigens zijn op dit moment2 twee belangrijke samenstellende onderdelen van het begrip fysieke leefomgeving, te weten een goede ruimtelijke ordening en bescherming van het milieu, evenmin uitputtend gedefinieerd in de wet.'3 Deze motivering overtuigt mij niet. Het moge juist zijn dat de wetgever een definitie van het begrip fysieke leefomgeving niet per se nodig heeft als toetsingskader voor het beoordelen van een aanvraag om omgevingsvergunning. De toetsingskaders voor elke activiteit zijn immers nog niet inhoudelijk geïntegreerd.4 Dat ontslaat de wetgever echter nog niet van de verplichting om de vraag te beantwoorden wat hij daaronder precies verstaat waar hij het begrip wel gebruikt: als samenhangcriterium. Als onderdeel van het samenhangcriterium project is 'de fysieke leefomgeving' immers mede bepalend voor het wetssysteem van de Wabo en dientengevolge ook voor wetssystematische tekorten, probleemstelling en oplossingen van dat wetssysteem.5 Als de wetgever de contouren van dit samenhangcriterium niet duidelijk voor ogen heeft, loopt hij onder meer het niet onaanzienlijke risico dat in het wetssysteem van de Wabo regels zijn of worden opgenomen, die daarin niet thuis horen,6 dan wel wetssystematische tekorten bevat7 omdat regels die wel in het wetssysteem van de Wabo thuis horen daarin niet zijn opgenomen.
ondanks het ontbreken van een definitie noemt de memorie van toelichting fysieke leefomgeving 'een breed begrip dat ziet op alle fysieke waarden in de leefomgeving,8zoals milieu, natuur, landschappelijke of cultuurhistorische waarden. Het dekt in elk geval datgene wat nu9 valt onder de reikwijdte van het wetsvoorstel voor de Wro,10 de hoofdstukken I tot en met IV van de Ww,11 de Mw,12 de Mijnbouwwet (Mbw) en de Wm.13 De reikwijdte van de
omgevingsvergunning zal (...) breder zijn.'14Robesin noemt de term fysieke leefomgeving rijkelijk vaag en vraagt zich af hoe kan worden voorkomen dat een onjuiste uitruil van normen leidt tot een vermindering van het beschermingsniveau.15
Bij gebrek aan een wettelijke definitie zal ik het samenhangcriterium fysieke leefomgeving verstaan in de brede betekenis die daaraan in de memorie van toelichting wordt toegekend, te weten alle fysieke waarden in de leefomgeving.