Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.6.3.1:2.6.3.1 Certificering
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.6.3.1
2.6.3.1 Certificering
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957995:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de interviews komt naar voren dat certificering vanuit fiscaal oogpunt verder geoptimaliseerd zou kunnen worden indien voor alle vermogensbestanddelen de certificaten dezelfde fiscale gevolgen zouden hebben als het vermogensbestanddeel dat gecertificeerd is.
In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de bepalingen in Boek 2 BW die certificaten van aandelen tot onderwerp hebben.
Het wettelijk pandrecht komt aan de orde in paragraaf 6.4.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Certificering van vermogen levert een heel duidelijke splitsing van zeggenschap en economisch belang op. Het is niet heel verrassend dat certificering een aantal keer wordt genoemd als relatief ideale beheerstructuur. Dit geldt met name voor een aantal specifieke motieven, te weten het continuïteitsmotief, het motief van behoud van zeggenschap, het motief van incapabele erfgenamen en het motief van een (on)gelijke verdeling. Dit betreffen allemaal motieven uit de categorie ‘overgang naar een volgende generatie’.
Zoals aangegeven kan bij alle soorten vermogensbestanddelen, vanuit civielrechtelijk oogpunt bekeken, van certificering gebruik worden gemaakt.1
De volgende aspecten van certificering worden verder nog genoemd ter onderbouwing van certificering als min of meer optimale beheerstructuur. Allereerst de flexibiliteit bij het inrichten van de administratievoorwaarden, waarbij de rechtszekerheid behouden blijft. Met betrekking tot het certificeren van aandelen in de familievennootschap wordt daarbij nog vermeld dat er dankzij de certificering op meerdere niveaus mogelijkheden zijn tot het maken van afspraken, te weten op vennootschapsniveau, op aandeelhoudersniveau en op het niveau van certificaathouders.
Specifiek voor het continuïteitsmotief wordt aangegeven dat certificering de continuïteit kan bevorderen. Certificering kan ingezet worden voor alle motieven die onder het hoofdmotief continuïteit vallen. De inrichting van de zeggenschap kan geregeld worden, er kan ingespeeld worden op eventuele belangentegenstellingen en incapabele rechtsopvolgers, het gecertificeerde vermogensbestanddeel is beschermd tegen verhaal door schuldeisers van de certificaathouders, het vermogensbestanddeel zelf blijft bijeengehouden, er bestaan mogelijkheden om de certificaten al dan niet gelijk te verdelen en certificering kan helpen bij het leren omgaan met vermogen door langzaam de zeggenschap van certificaathouders uit te breiden.
Wel geven de respondenten aan dat er hier en daar onzekerheid bestaat over de civielrechtelijke rechtsgevolgen van certificering. Soms wordt gesuggereerd dat nadere wetgeving onzekerheid zou kunnen wegnemen. Een notaris zegt daarover:
“Dat kan meer rechtszekerheid bieden. In de zin van wat is het nou eigenlijk. Is iets nu wel of niet een certificering? Wat is de verantwoordelijkheid c.q. aansprakelijkheid van de beheerder, de bewaarder van het vermogen? Wat is de positie van de certificaathouder? Heeft hij nu alleen inderdaad een vorderingsrecht en kan hij het verder schudden? Hoe is de positie van andere belanghebbenden eventueel?”
De, beperkte, wettelijke regels die over certificering zijn opgenomen in het burgerlijk recht staan met name in Boek 2 BW en zien enkel op certificaten van aandelen.2 Daarnaast verschaft art. 3:259 BW aan sommige certificaathouders een wettelijk pandrecht.3 Lid 1 van het artikel spreekt over certificaten uitgegeven voor aandelen of schuldvorderingen.
Niet over het hoofd gezien mag worden dat er ook een aantal aspecten van certificering als nadelig wordt ervaren. Deze zijn reeds vermeld in paragraaf 2.4.5.