Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/9.3.4
9.3.4 Adequate beloning
Mijke Houwerzijl & Bas Rombouts, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Mijke Houwerzijl & Bas Rombouts
- JCDI
JCDI:ADS288466:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Global Commission on the Future of Work 2019, p. 20.
De ILO heeft een aantal instrumenten gerelateerd aan het beschermen van een adequaat loon, bijvoorbeeld: C095 – Protection of Wages Convention, 1949 (No. 95), C131 – Minimum Wage Fixing Convention, 1970 (No. 131) en C173 – Protection of Workers’ Claims (Employer’s Insolvency) Convention, 1992 (No. 173). Zie: ILO, ‘International Labour Standards on Wages’, https://www.ilo.org/global/standards/subjects-covered-by-international-labour-standards/wages/lang--en/index.htm.
Global Commission on the Future of Work 2019, p. 39.
ILO 2016b, p. 25.
ILO 2018a, p. 49.
ILO 2018a, p. 49. Zie tevens Prassl 2018, p. 140.
ILO 2018a, p. 50.
Dergelijke praktijken zijn door de eeuwen heen erkend als extreem misbruik en in vrijwel alle lidstaten van de ILO illegaal verklaard. Zie Prassl 2018, p. 138.
Zie voor Nederland art. 7:631 BW dat als normadressaat alleen de werkgever noemt en niet de opdrachtgever.
Het beginsel dat werk beloond dient te worden met een ‘adequate living wage’ werd reeds in het Vredesverdrag van Versailles van 1919 (en de daarin opgenomen ILO Constitutie) erkend. De risico’s van onderbetaling zijn ruim honderd jaar later nog altijd wijdverbreid; voorafgaand aan de COVID-19-pandemie waren er naar schatting wereldwijd ongeveer 300 miljoen ‘werkende armen’, dat zijn – op grond van de definitie die de ILO hanteert – degenen die moeten rondkomen van minder dan $ 1,90 per dag.1 Sinds de pandemie is dit aantal verder gestegen. Alhoewel het vaststellen van de hoogte van het minimumloon een nationale aangelegenheid blijft, is de ILO erg actief om ook internationaal met criteria en minimumstandaarden het garanderen van een adequate beloning te bevorderen.2 Middels een ‘leefbaar’ loon kunnen werknemers voor zichzelf en hun familieleden zorgen, hetgeen tevens armoedegerelateerde kinderarbeid en dwangarbeid tegengaat.3
Uit een studie van de ILO in 2016 bleek dat voor ongeveer 40% van de crowdworkers dit werk hun voornaamste inkomensbron was en dat velen de overstap naar crowdwork maakten na een periode van werkloosheid of inactiviteit op de arbeidsmarkt. Deze werkers bleken doorgaans problemen te hebben met het bekostigen van het levensonderhoud, hadden nauwelijks spaargeld, noch aanspraken op sociale zekerheid.4 Door crowdworkers te classificeren als zelfstandigen, pogen veel platforms te ontkomen aan werkgeversverantwoordelijkheden zoals de plicht om een minimumloon te betalen.5 Het rapport van de ILO uit 2018 toont aan dat de onderzochte crowdworkers in 2017 gemiddeld $ 4,43 per uur verdienden als alleen gekeken wordt naar de tijd dat er daadwerkelijk gewerkt wordt. Crowdworkers zijn echter ook veel tijd kwijt aan het zoeken naar taken, het verkrijgen van kwalificaties, communicatie met cliënten en het maken van reviews, waardoor hun gemiddelde verdiensten zakten naar $ 3,31 per uur.6 Het onderzoek liet tevens zien dat een groot deel van de crowdworkers minder dan het lokale minimumloon verdient.7 Verder worden situaties aangetroffen die duiden op ‘gedwongen winkelnering’ zoals bij AMT, waarbij het mogelijk is of was om te betalen in de vorm van cadeaubonnen die alleen op de Amazon-website zelf inwisselbaar zijn.8 Het is dus zaak dat overheden alert zijn op deze eeuwenoude praktijken en zo nodig het verbod9 aanpassen aan nieuwe digitale verschijningsvormen.