Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/IV.6.2:IV.6.2 Aandeelhouders
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/IV.6.2
IV.6.2 Aandeelhouders
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178678:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Koelemeijer 1999, p. 60-61 en MüKoGmbHG/Merkt 2018, GmbHG § 13 Rn. 88-93.
Zie de in noot 57 aangehaalde literatuur en jurisprudentie.
Heller 2008, p. 301-302.
In dezelfde zin Rb. ’s-Gravenhage 1 augustus 2012, JOR 2012/286, m.nt. Blanco Fernández (Vanka-Kawat), rov. 4.20.
Eikelboom 2017, p. 488.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook aandeelhouders zijn institutioneel betrokken bij de rechtspersoon, zodat zij zich aan het postulaat van art. 2:8 lid 1 BW hebben te houden. Volgt hieruit dat zij zich niet op onbekendheid met gebrekkige besluitvorming kunnen beroepen, zoals bestuurders en commissarissen? Daaraan valt te twijfelen.
Zoals ik hierboven aangaf, kiest het Duitse recht op dit punt een genuanceerde lijn. Aandeelhouders in een GmbH staan tot de vennootschap in een nauwe band. Gezien het besloten karakter van de GmbH gelden voor haar Gesellschafter strenge Treuepflichten, dat wil zeggen de redelijkheid en billijkheid eisen de grootste oplettendheid en zorgvuldigheid.1 Anders ligt dit voor de aandeelhouders van een AG. Hun lossere band betekent dat zij zich jegens de vennootschap op de onbeperktheid van de vertegenwoordigingsbevoegdheid kunnen beroepen.2
De Duitse benadering zoekt de nuance, maar niet genoeg. Met Heller meen ik dat zij de verscheidenheid tussen AG’s en GmbH’s onderling miskent.3 In de praktijk zijn er AG’s met een besloten karakter en GmbH’s met een open karakter. Iets soortgelijks geldt voor NV’s en BV’s, zodat het maken van een principieel onderscheid al te zwart-wit voorkomt. Beter is het om, gelet op de omstandigheden van het geval, te differentiëren tussen open en besloten vennootschappelijke verhoudingen. Alleen de aandeelhouder in een besloten vennootschap – NV of BV – wordt als insider geacht steeds bekend te zijn met de besluitvorming. De aandeelhouder in een open vennootschap geldt als derde. Zo moet de aandeelhouder in een joint venture op zijn hoede zijn, terwijl de belegger in een beurs-NV kan vertrouwen op de bescherming van art. 2:16 lid 2 BW.4 Verder geldt een en ander slechts voor de besluitvorming in de algemene vergadering. Ook in besloten verhoudingen kan niet per definitie verwacht worden dat een aandeelhouder op de hoogte is van het reilen en zeilen in andere organen, zoals het bestuur.5