Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/2.6.6
2.6.6 Gemengd bestuur, wet- en regelgeven en rechtspreken
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400757:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
In welke gevallen nationaal recht moet worden vastgesteld ter uitvoering van de Europese subsidieregelgeving wordt besproken in hoofdstuk 4.
Van Europese wetgeving is sprake voor zover de Europese subsidieregelgeving uit wetgevingshandelingen in de zin van artikel 289 VWEU bestaat. Voor het overige gaat het veelal om regelgeving van de Europese Commissie. Van nationale wetgeving is in de Nederlandse context sprake wanneer de Staten-Generaal is betrokken bij de totstandkoming daarvan. In overige gevallen is sprake van nationale regelgeving.
Hierop wordt nog uitgebreid ingegaan in hoofdstuk 5, paragraaf 5.8.3.4.
Zoals uit het vervolg van dit onderzoek zal blijken staat het samenspel tussen de Europese Commissie en nationale uitvoeringsorganen in het kader van de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving niet op zichzelf. Voor zover op nationaal niveau regels moeten worden vastgesteld1 opdat de Europese verplichtingen die uit de Europese subsidieregelgeving voortvloeien door nationale uitvoeringsorganen kunnen worden nagekomen, is ook sprake van gemengd wet- en regelgeven. In dat geval wordt immers zowel op Europees als nationaal niveau wet- en regelgeving vastgesteld.2
De omstandigheid dat sprake is van gemengd bestuur tussen nationale uitvoeringsorganen en de Europese Commissie heeft voorts ook tot gevolg dat sprake is van gemengd rechtspreken. Zowel de nationale rechter als het Hof van Justitie wordt namelijk geconfronteerd met geschillen inzake de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving in de lidstaten. Voor zover geschillen ontstaan in het kader van de subsidieverhouding tussen de Europese Commissie en de lidstaten, kunnen de lidstaten beroep instellen bij het Gerecht. Wanneer geschillen rijzen in de subsidieverhouding tussen nationale uitvoeringsorganen en de eindontvangers van de Europese subsidies, staat rechtsbescherming open bij de nationale rechter. In voorkomende gevallen moet de nationale rechter aan het Hof van Justitie prejudiciële vragen stellen omtrent de geldigheid en uitlegging van de Europese subsidieregelgeving.3