Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/10.2:10.2 Het Duitse budgetrecht
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/10.2
10.2 Het Duitse budgetrecht
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS457706:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
BGBl. I 1969, nr. 81, p. 1284 (19 augustus 1969), laatstelijk gewijzigd door BGBl. I 2015, nr. 49, p. 2182 (3 december 2015).
Gesetz über die Grundsätze des Haushaltsrechts des Bundes und der Länder, BGBl. I 1969, nr. 81, p. 1273 (19 augustus 1969), laatstelijk gewijzigd door BGBl. I 2013, nr. 38, p. 2398 (15 juli 2013); Gesetz zur Förderung der Stabilität und des Wachstums der Wirtschaft, BGBl. I 1967, nr. 32, p. 582 (8 juni 1967), laatstelijk gewijzigd door BGBl. I 2015, nr. 35, p. 1513 (31 augustus 2015).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Duitse budgetrecht is vastgelegd in artikel 110 GG. Lid 2 van die bepaling vereist dat de begroting voor één of meer jaren bij wet wordt vastgesteld, voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. Ook de artikelen 111 tot en met 115 gaan in op het federale budgetrecht. Deze bepalingen maken deel uit van hoofdstuk X van het Grundgesetz, dat bestaat uit de artikelen 104a tot en met 115 en meer in het algemeen gericht is op de financiën. Net als in de Nederlandse Comptabiliteitswet zijn ook in Duitsland ter uitwerking van de Grondwet nadere bepalingen over de uitoefening van het budgetrecht vastgelegd in een wet in formele zin, de Bundeshaushaltsordnung (hierna: BHO).1
Naast de hiervoor benadrukte overeenkomsten tussen de werking van het Duitse en het Nederlandse budgetrecht, zoals de vergelijkbare functies die aan het budgetrecht worden toegekend en de gehanteerde begrotingscyclus, kennen beide stelsels vanzelfsprekend ook de nodige verschillen. De belangrijkste verschillen vloeien voort uit het onderscheid tussen beide type rechtssystemen: Nederland als gedecentraliseerde eenheidsstaat en Duitsland als federale bondsstaat. De verdeling van bevoegdheden tussen de bond en de deelstaten in het kader van de federale staatsinrichting werkt ook door ten aanzien van het budgetrecht. Zo bevat het Grundgesetz met de artikelen 104a tot en met 109 verschillende bepalingen over de vraag welk overheidslichaam (de bond of de deelstaten) bepaalde uitgaven moet dragen of belastingen mag heffen, hoe belastinginkomsten verdeeld worden en welk overheidslichaam bevoegd is om op deze terreinen regelingen op te stellen. Nadere regels waar de bondsstaat en de deelstaten rekening mee moeten houden bij het vaststellen van budgettaire voorschriften zijn te vinden in het Haushaltsgrundsätzegesetz (hierna: HGrG) en het Stabilitätsgesetz.2 Ook de vaststelling van de begroting bij wet kent, deels vanwege de federale staatsinrichting, een andere procedure dan zoals in het eerste deel voor Nederland is geschetst. Hieronder worden de hoofdpunten van de Duitse begrotingsbehandeling uiteengezet.
10.2.1 De wetsprocedure voor de vaststelling van de begroting10.2.2 Het grondwettelijk kader