Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/10.2.2:10.2.2 Het grondwettelijk kader
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/10.2.2
10.2.2 Het grondwettelijk kader
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS458913:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een ander verschil tussen het Nederlandse en het Duitse budgetrecht is dat het Grundgesetz met de artikelen 110 tot en met 115 beduidend meer bepalingen wijdt aan dit recht dan de Nederlandse Grondwet. Deze bepalingen maken zoals gezegd deel uit van hoofdstuk X van het Grundgesetz, dat meer in het algemeen gericht is op de financiën en de (financiële) verhouding tussen de bond en de deelstaten. Hoewel het Grundgesetz dus uitgebreider is over het budgetrecht dan de Nederlandse Grondwet, geven de artikelen 110 tot en met 115 nog geen volledig beeld van het relevante grondwettelijke kader. Daarnaast speelt namelijk het democratiebeginsel een belangrijke rol in het Grundgesetz, anders dan in de Nederlandse Grondwet. Dit beginsel is van groot belang voor de Duitse invulling van het budgetrecht. Hieronder ga ik allereerst in op de grondwettelijke bepalingen over het budgetrecht. Vervolgens behandel ik de artikelen uit het Grundgesetz die samenhangen met het democratiebeginsel.
10.2.2.1 Het Grundgesetz en het budgetrecht10.2.2.2 Het Grundgesetz en het democratiebeginsel10.2.2.3 Toetsing door het Bundesverfassungsgericht