Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.4.6.2:5.4.6.2 Automatische intrekking bij het bereiken van een einddatum
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.4.6.2
5.4.6.2 Automatische intrekking bij het bereiken van een einddatum
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648778:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Als aan alle vereisten van 2:404 BW wordt voldaan, zou dit volgens een strikte lezing van de wet geoorloofd zijn, aldus Ramanna 2008, p. 19 en Beckman 1995, p. 541.
Zie in paragraaf 5.4.6.3 de toelichting met betrekking tot de mogelijke jaarrekeningrechtelijke consequenties en de verbintenisrechtelijke consequenties.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een alternatieve methode om te voorkomen dat een 403-verklaring onbedoeld doorloopt en een bron van aansprakelijkheid blijft, is het opnemen van een toekomstige en gefixeerde einddatum in de 403-verklaring. Gedacht kan worden aan een systeem waarbij de 403-verklaring steeds wordt afgegeven voor een jaar, eventueel met de mogelijkheid van een tussentijdse intrekking conform artikel 2:404 lid 1 BW. De tijdelijke 403-verklaring zal dan in de sleutel van artikel 2:404 lid 1 tevens moeten worden beschouwd als een intrekkingsverklaring in de zin van artikel 2:404 lid 1 BW.1 Voor een uitgebreidere beschouwing omtrent een 403-verklaring die tevens kwalificeert als een intrekkingsverklaring, zij verwezen naar paragraaf 4.9.6. Of het opnemen van een einddatum jaarrekeningrechtelijk gezien leidt tot een ontoereikende 403-verklaring, is de vraag.2 Verbintenisrechtelijk sorteert het opnemen van een einddatum effect.