Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/13.3.3
13.3.3 Een paradoxaal effect
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS577870:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Of door het oprichten van een nieuwe vennootschap te kiezen voor een andere statutaire zetel.
Zie Ferran (2004a), p. 56 en 154-155. Hierover ook het Europese Parlement in het verslag van de Economische en Monetaire Commissie van het Europees Parlement over het (eerste) voorstel voor de Prospectusrichtlijn (document A5-0072/2002, van 27 februari 2002). Het Europees Parlement noemt daarin op (p. 17) dat het voorkomen van de mogelijkheid dat (beurs)vennootschappen hun statutaire zetel verplaatsen als een belangrijke reden om te voorzien in meer keuzevrijheid ter bepaling van de lidstaat van herkomst. Hierover ook Vossestein (2002), p. 483.
Aldus ook Enriques/Trbger (2007), p. 52-56. In dezelfde zin: Ferran (2004a), p. 154-155. Zij voegt daaraan toe, op p. 155, dat '[p]resumably EU planners did not intend to create something that could distort the market for incorporations.' Of in dit geval echter van een 'distortion' moet worden gesproken is naar mijn mening voor discussie vatbaar.
De beperkte mogelijkheid voor "toezichtscompetitie" leidt tegelijkertijd tot een enigszins paradoxale uitkomst.
De strikte aanknoping van de lidstaat van herkomst bij de statutaire zetel heeft tot gevolg dat de prikkel voor (beurs)vennootschappen om door middel van verplaatsing van de statutaire zetel1 te kiezen voor een andere lidstaat van herkomst — en daarmee toezichthouder — zal worden vergroot. Hierdoor kunnen, op meer indirecte wijze, de prikkels voor lidstaten voor "regulatory competition" — maar dan voor "toezichtscompetitie" — bij de publicatieverplichtingen toenemen.2 Naarmate immers de gebondenheid aan een toezichthouder groter is en het met het oog op de geharmoniseerde regelgeving van weinig belang is waar de statutaire zetel is gelegen, kan de wens om onder toezicht te vallen van een andere toezichthouder een belangrijke(re) reden worden voor verplaatsing van de statutaire zetel. Tegelijkertijd zijn, zo heb ik eerder betoogd in deze studie, de mogelijkheden voor beursvennootschappen om hun statutaire zetel te verplaatsen door de ontwikkelingen in het Europese vennootschapsrecht in de afgelopen jaren toegenomen. Ik sluit daardoor niet uit dat het toezicht van de toezichthouder van "de lidstaat van herkomst" daadwerkelijk factor gaat vormen in beslissingen van beursvennootschappen omtrent de (ver)plaats(ing) van hun statutaire zetel.3