Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars
Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/8.8.4:8.8.4 Conclusie
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/8.8.4
8.8.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949850:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1. Rechten van betrokkenen
Al met al is daarom mijn eerste conclusie dat de rechten van een polishouder bij de overdracht van een verzekeringsportefeuille met levensverzekeringen eigenlijk méér lijken op de rechten van een deelnemer in een pensioenregeling in het geval van een collectieve waardeoverdracht op grond van art. 84 Pensioenwet bij liquidatie van de pensioenuitvoerder, dan op de rechten van een deelnemer in een pensioenregeling in het geval van een collectieve waardeoverdracht van een levensverzekeraar aan een andere levensverzekeraar op grond van art. 83 Pensioenwet in het geval dat de werkgever de uitvoeringsovereenkomst met de overdragende levensverzekeraar beëindigt. De belangrijkste achtergrond daarvan is naar mijn mening dat zowel in de situatie van een portefeuilleoverdracht van levensverzekeringen, als in het geval van een collectieve waardeoverdracht op grond van art. 84 Pensioenwet bij liquidatie van de pensioenuitvoerder, de motieven van de overdragende rechtspersoon overeenkomen, in die zin dat in beide situaties de overdragende rechtspersoon de desbetreffende bedrijfsvoering wil stopzetten.
Overdracht van een levensverzekeringsportefeuille
Collectieve waardeoverdracht art. 83 Pensioenwet
Collectieve waardeoverdracht art. 84 Pensioenwet
Verzetrecht art. 3:119 Wft voorafgaand aan portefeuilleoverdracht
Bezwaarrecht
art. 83 Pensioenwet
Verzetrecht art. 2:23b lid 5 BW ná de liquidatie van het pensioenfonds
Recht van bezwaar en beroep op grond van de Awb
Waarschijnlijk ook het recht van bezwaar en beroep op grond van de Awb
Het recht van bezwaar en beroep op grond van de Awb
2. Informatievoorziening
De tweede conclusie is dat het verschil in de mate van informatievoorziening tussen enerzijds de situatie van een overdracht van een portefeuille van levensverzekeringen volgens de procedure beschreven in de Wft, en anderzijds de situatie van een collectieve waardeoverdracht op grond van art. 83 en 84 Pensioenwet, groot is. Dat is deels te verklaren op basis van de gedachte dat in het eerste geval (dus bij de overdracht van een portefeuille van levensverzekeringen) alle rechten en verplichtingen worden overgedragen. Maar deze mate van verschil is toch niet helemaal uitlegbaar. Dat het bezwaarrecht op grond van art 83 Pensioenwet en het recht van verzet op grond van art. 2:23b lid 5 BW1 duidelijk sterkere rechten zijn dan het recht van verzet op grond van art. 3:119 Wft (en dat in actie komen bij een collectieve waardeoverdracht dus strikt genomen meer effect zal hebben dan bij een portefeuilleoverdracht van levensverzekeringen) kan in mijn ogen niet het argument zijn om in geval van een collectieve waardeoverdracht zoveel aandacht te besteden aan informatievoorziening aan belanghebbenden en om in geval van portefeuilleoverdracht van levensverzekeringen meestal te volstaan met advertenties in de Staatscourant en enkele landelijke dagbladen. Het verschil in de mate van informatievoorziening tussen enerzijds de situatie van een overdracht van een portefeuille van levensverzekeringen volgens de procedure beschreven in de Wft, en anderzijds de situatie van een collectieve waardeoverdracht op grond van art. 83 en 84 Pensioenwet, zou naar mijn mening dus kleiner moeten worden.
3. Rol AFM
De derde conclusie is dat er een opvallend verschil is met betrekking tot de rol van de AFM. In het geval van een overdracht van een verzekeringsportefeuille volgens de procedure beschreven in de Wft bepaalt DNB de wijze van informatievoorziening (art. 3:119 en 3:120 Wft) en heeft in beginsel alleen DNB een rol om de inhoud daarvan te toetsen. Voor collectieve waardeoverdrachten op grond van de Pensioenwet heeft de AFM een leidraad opgesteld. Volgens deze leidraad toetst ook de AFM de deelnemersinformatie. Met opmerkingen en suggesties over de deelnemersinformatie neemt de AFM contact op met de pensioenuitvoerder. DNB neemt het oordeel van de AFM mee in haar beoordeling van de collectieve waardeoverdracht. Zie voor mijn aanbevelingen over de rol van de AFM bij de overdrachten van verzekeringsportefeuilles hoofdstuk 10.4.