Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht
Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/2.4.5:2.4.5 Nevenveroordelingen
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/2.4.5
2.4.5 Nevenveroordelingen
Documentgegevens:
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955479:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Nispen 1978, p. 349. Zie ook de toepasselijke bepalingen uit ons nationale recht (art. 2.22 lid 1 BVIE; art. 3.18 lid 1 BVIE; art. 28 lid 1 Aw; art. 70 lid 7 ROW; art. 17 lid 1, eerste en tweede zin, WNR; art. 5c lid 1 Dw; art. 18 lid 1 en lid 2, tweede zin, Chipswet; art. 70 lid 8 ZPW en art. 14 lid 8 Landbouwkwaliteitswet).
Vgl. Regeneron Pharmaceuticals, Inc v Kymab Ltd & Anor [2018] EWCA Civ 1186 [45-47].
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In intellectuele-eigendomszaken is het gebruikelijk dat de rechthebbende naast een verbodsvordering enkele nevenvorderingen instelt.1 Toewijzing van deze vorderingen is afhankelijk van een belangenafweging. De rechter kan dus naar eigen inzicht besluiten een nevenvordering geheel of gedeeltelijk af te wijzen, of te bepalen dat de veroordeling pas ingaat op het moment dat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.2 Hieronder komen de belangrijkste nevenveroordelingen aan de orde.
2.4.5.1 Corrigerende maatregelen2.4.5.2 Informatie omtrent de inbreuk2.4.5.3 Openbaarmaking uitspraak