Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/2.4.5.3
2.4.5.3 Openbaarmaking uitspraak
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955439:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ov. 27. Zie ook Driessen, BMM-bull. 2018, afl. 1, p. 33-39.
Gaat het daarentegen om een overlegging van een lijst van toeleveranciers die noodzakelijk is om de inbreuk te beëindigen, dan moet worden aangenomen dat het bevel zonder meer toewijsbaar is; concl. A-G W.D.H. Asser, ECLI:NL:PHR:1987:AD0091, bij: HR 27 november 1988, NJ 1988/722, m.nt. D.W.F. Verkade (Chloé/Peeters), pt. 2.14-2.15.
Zie Regeneron Pharmaceuticals, Inc v Kymab Ltd & Anor [2018] EWCA Civ 1186 [23-24].
COM(2003)46. Zie ook HvJ EU 18 oktober 2018, C-149/17, ECLI:EU:C:2018:841 (Bastei Lübbe); HvJ EU 17 juni 2021, C-597/19, ECLI:EU:2021:492 (Mircom/Telenet); HvJ EU 29 januari 2008, C-275/06, ECLI:EU:C:2008:54 (Promusicae).
Rb. Kooph. Turnhout 19 juli 1980, ECLI:NL:XX:1980:AM0571, BIE 1981/52 (Maïzena).
Zie Edwards Lifesciences LLC v Boston Scientific Scimed, Inc. [2018] EWHC 1256 (Pat) [71].
Zie over de afzonderlijke vordering tot rectificatie of publicatie ex art. 6:196 BW Volgenant 2016, p. 263-272; Van Nispen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:167 BW, aant. 1-33.
Art. 15 Handhavingsrichtlijn bepaalt dat lidstaten er zorg voor dragen dat op verzoek van de eiser passende maatregelen tot verspreiding van informatie over de uitspraak worden getroffen. Voor de introductie van de richtlijn werd deze bevoegdheid in Nederland aangenomen op basis van het ongeschreven recht. Naderhand is zij uitdrukkelijk opgenomen in de meeste intellectuele-eigendomswetten.1 Uit de considerans volgt dat het publicatiebevel is bedoeld als extra afschrikking voor toekomstige inbreukmakers en als bijdrage aan de bewustmaking van het brede publiek.2Art. 15 Handhavingsrichtlijn biedt enig tegenwicht door te bepalen dat het bevel ‘passend’ moet zijn, wat impliceert dat toewijzing ervan afhankelijk is van een belangenafweging.3 Zeker waar het gaat om onbewuste inbreuk kunnen de reputatiebelangen van de inbreukmaker zich verzetten tegen publicatie van de uitspraak.4 Gaat het om een particulier, dan kunnen ook het recht op privéleven en de bescherming van persoonsgegevens in de weg staan aan toewijzing.5 Ten slotte kan de beperkte omvang van de inbreuk een grond opleveren voor afwijzing van een publicatiebevel.6
Er kunnen zich ook omstandigheden voordoen die erop wijzen dat publicatie gerechtvaardigd is. Zo kan het noodzakelijk zijn om artsen of beroepsbeoefenaars die afhankelijk zijn van het beschermde voortbrengsel tijdig en volledig te informeren over de gevolgen van de uitspraak.7 Publicatie van de uitspraak kan daarnaast nodig zijn om eerder gedane uitlatingen van de inbreukmaker te rectificeren.8 Het belang van openbare rechtspraak is over het algemeen niet in het geding, omdat de meeste (bodem)uitspraken kunnen worden geraadpleegd via online databanken.