Vormfouten
Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/8.5.5:8.5.5 Strafvermindering in een doel-middel benadering
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/8.5.5
8.5.5 Strafvermindering in een doel-middel benadering
Documentgegevens:
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS617882:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 8.5.1.
Vgl. AG Wortel in zijn conclusie voor HR 8 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3292, NJ 2006/136, waarin hij opmerkt dat het ‘vermoedelijk noch de met opsporing en vervolging belaste organen, noch de beveiligingsbranche zou zijn opgevallen als het Hof ter correctie de straf gematigd zou hebben’.
Zie de brief van de Minister van Veiligheid en Justitie van 1 juli 2011 met kenmerk 2011Z12415 ‘Beantwoording Kamervragen over het bericht: “Verkrachter half jaar eerder uit cel”.’
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De op evenredigheid gerichte doel-middel benadering die in dit boek wordt bepleit, dwingt allereerst ertoe onder ogen te zien welke doeleinden met strafvermindering kunnen worden nagestreefd. In de rechtspraak zullen die doeleinden moeten worden geëxpliciteerd en dient de toepassing van strafvermindering vervolgens af te hangen van de daaraan verbonden voor- en nadelen.
Net als bij niet-ontvankelijkverklaring en bewijsuitsluiting geldt voor strafvermindering dat daarmee in theorie alle drie de in dit boek onderscheiden doeleinden van het reageren op vormfouten kunnen worden gediend: a. het verzekeren van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM, b. het bevorderen van normconform gedrag aan de zijde van politie en OM en c. het bieden van compensatie aan de verdachte voor inbreuken op andere rechten dan dat op een eerlijk proces. In de praktijk is de ruimte om strafvermindering toe te passen teneinde het recht van de verdachte op een eerlijk proces te verzekeren zeer beperkt. Ik ken geen andere vormfouten die een schending van art. 6 EVRM opleveren dan schending van het recht op berechting binnen een redelijke termijn, die zich door middel van strafvermindering laten compenseren. In art. 6 EVRM ligt de nadruk op verdedigingsrechten en inbreuken daarop, zo zag ook de Commissie Moons al onder ogen, die zich met strafvermindering niet laten compenseren. 1 Ook voor de toepassing van strafvermindering met als doeleinde het bevorderen van normconform gedrag aan de zijde van politie en OM, lijkt mij de ruimte beperkt. De argumenten die in dat verband in de Amerikaanse literatuur zijn geopperd, lijken mij ook geldig in Nederland; zij komen erop neer dat de politie zich niet van onrechtmatig handelen zal laten weerhouden door het vooruitzicht van een geringe mate van strafvermindering. AG Wortel, die kan bogen op zijn ervaring als OvJ en als AG bij een gerechtshof, meent ook dat van de toepassing van strafvermindering nauwelijks een preventief effect kan worden verwacht.2 Dat kan in mijn ogen alleen anders zijn als de op te leggen straf echt substantieel gematigd wordt. Maar daaraan kleven grote nadelen, zoals in het citaat van AG Vellinga bovenaan deze paragraaf scherp naar voren komt.
Maar, misschien onderschat ik het preventieve effect dat van de toepassing van strafvermindering kan uitgaan. Een aanwijzing dat ook de toepassing van een bescheiden mate van strafvermindering effectief kan zijn zou kunnen worden ontleend aan het feit dat Kamervragen zijn gesteld over de veel voorkomende toepassing van strafvermindering in cassatie wegens overschrijding van de redelijke termijn.3 Ook kan ik me voorstellen dat in budgettaire onderhandelingen van de gerechten (of namens hen de Raad voor de rechtspraak) aan de gebleken noodzaak in veel zaken strafvermindering toe te passen wegens overschrijding van de redelijke termijn, een argument kan worden ontleend om de formatie op peil te houden of uit te breiden, teneinde groeiende achterstanden in de afdoening van zaken te voorkomen.
Wat daarvan ook zij, het doeleinde dat nog het beste met de toepassing van strafvermindering kan worden gediend is het bieden van compensatie aan de verdachte voor inbreuken op zijn andere rechten dan dat op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM. De belangrijkste voordelen van strafvermindering zijn dat daarmee de verdachte een effective remedy kan worden geboden in de zin van art. 13 EVRM, zonder dat daarvoor een afzonderlijke procedure nodig is en dat het bij gematigde toepassing een bescheidener inbreuk maakt op andere bij het strafproces betrokken belangen dan de toepassing van de andere mogelijke rechtsgevolgen van vormfouten. Het kan in die zin een alternatief vormen voor de toepassing van deze ingrijpender reacties.
Het belangrijkste nadeel van strafvermindering is dat de verdachte profiteert van de fout van een ander en dat dit leidt tot een uitwisseling van onvergelijkbare grootheden. Korting wordt gegeven op de gerechtvaardigde straf voor het door de verdachte gepleegde strafbare feit, ter compensatie van veelal een onrechtmatige inbreuk op de privacy van de verdachte. Om in dit boek een hoogtepunt van abstractie te bereiken: een schuld in appels wordt met peren uitbetaald, terwijl aan betaling in appels minder nadelen kleven. Het nadeel van de afbreuk die strafvermindering doet aan de gerechtvaardigde straf is prangender naarmate de inbreuk op de rechten van de verdachte een abstracter karakter heeft. Als die inbreuk erin bestaat dat op de verdachte bij zijn aanhouding onnodig veel geweld is toegepast, strijdt de toepassing van strafvermindering minder met het rechtsgevoel – althans met mijn rechtsgevoel en dat van AG Vellinga, getuige het citaat hierboven – dan wanneer sprake is van een schending van art. 8 EVRM die erin bestaat dat een wettelijke regeling ontbrak voor het afluisteren van zijn telefoongesprek.
Interessant is het nu de blik te richten op de Nederlandse rechtspraak: welke doeleinden kunnen daarin met strafvermindering worden gediend en wordt de toepassing van dit rechtsgevolg gemotiveerd aan de hand van de daaraan in concrete (soorten) gevallen verbonden voor- en nadelen?