Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.3.9.1:10.3.9.1 Van aggregatie naar transactie- en productniveau
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.3.9.1
10.3.9.1 Van aggregatie naar transactie- en productniveau
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258763:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In onderdeel 10.3.9.2 wordt nader ingegaan op welke wijze ondernemingen hun bedrijfsvoering operationeel moeten inrichten om afstemming van de vaststelling van de douanewaarde op de vaststelling van interne verrekenprijzen te kunnen faciliteren.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de schematische voorstelling in de figuren 10.4 tot en met 10.7 is de evolutie van het vaststellen van interne verrekenprijzen uitgebeeld naar de stand van zaken tien jaar geleden, vijf jaar geleden, heden ten dage en de wijze waarop in de toekomst interne verrekenprijzen worden vastgesteld. Evident is dat de wijze waarop interne verrekenprijzen worden vastgesteld langzaam is verschoven in de richting van de wijze waarop de douanewaarde wordt vastgesteld. Dat komt in het bijzonder omdat de interne verrekenprijzen in toenemende mate worden vastgesteld per individuele transactie en op productniveau. Dat maakt dat het afstemmen van de douanewaarde op interne verrekenprijzen vandaag de dag eenvoudiger is, dan in het verleden. De verschillen tussen de vaststelling van interne verrekenprijzen en het vaststellen van de douanewaarde zoals aan bod zijn gekomen in de onderdelen 10.3.2 tot en met 10.3.7 zijn daardoor minder scherp.
Figuur 10.4 – Evaluatie vaststelling verrekenprijzen: tien jaar geleden
Voor de vaststelling van interne verrekenprijzen werd tot tien jaar geleden een aanpak gehanteerd waarbij de interne verrekenprijzen aan het begin van het jaar werden vastgesteld (figuur 10.4). De werkelijke uitkomst van de gelieerde transacties werd vervolgens aan het einde van het jaar getoetst aan het arm’s length-beginsel overeenkomstig de outcome testing approach. Indien de werkelijke uitkomst buiten de arm’s length-range viel, vond een retroactieve interne verrekenprijsaanpassing (eindejaarscorrectie) plaats. De retroactieve interne verrekenprijsaanpassing kon tot gevolg hebben dat de belastingplichtige zijn commerciële prijzen aanpasten. In dat geval reikte de belastingplichtige een credit- of debetfactuur uit. De vaststelling van de initiële interne verrekenprijs alsmede de retroactieve interne verrekenprijsaanpassing vond plaats op geaggregeerd niveau in plaats van op product-per-product- en/of transactie-per-transactieniveau. De douanewaarde werd echter op individueel product- en transactieniveau vastgesteld.
Figuur 10.5 – Evaluatie vaststelling verrekenprijzen: vijf jaar geleden
De wijze waarop interne verrekenprijzen worden vastgesteld is in de daaropvolgende vijf jaar geëvolueerd (figuur 10.5). Zo werden destijds, nog steeds overeenkomstig de outcome testing approach, de interne verrekenprijzen frequenter getoetst aan het arm’s length-beginsel; per zes maanden of op kwartaalbasis in plaats van per jaar. Ook in dit geval kon de toetsing ertoe leidde dat retroactieve interne verrekenprijsaanpassingen plaatsvonden en er, bij aanpassing van de commerciële prijzen, een credit- of debetfactuur door de belastingplichtige werd uitgereikt. Het verschil is dat de frequentere toetsing gedurende het boekjaar, een eindejaarscorrectie in omvang beperkte of, idealiter, de noodzaak daartoe uitsloot. De initiële verrekenprijzen werden echter nog steeds vastgesteld op productgroepniveau en/of voor een langere periode (geaggregeerd). Niettemin verschoof de wijze van vaststelling van de douanewaarde langzaam richting individueel product- en transactieniveau.
Figuur 10.6 – Evaluatie vaststelling verrekenprijzen: heden
Vandaag de dag zijn ondernemingen, geholpen door technologische ontwikkelingen, in toenemende mate in staat om op productniveau de interne verrekenprijzen vast te stellen (figuur 10.6). Daarvoor is het noodzakelijk dat wordt beschikt over een gesegmenteerde winst- en verliesrekening. Op kwartaalbasis wordt gedurende het jaar getoetst of de werkelijke uitkomsten binnen de arm’s length-range vallen overeenkomstig de outcome testing approach. Indien de werkelijke uitkomsten buiten de arm’s length-range vallen, worden de prijzen voorwaarts aangepast (rolling forward). De noodzaak om aan het einde van het jaar retroactieve verrekenprijzen vast te stellen wordt daarmee beperkt. Een en ander vormt een nadere verschuiving van de wijze waarop interne verrekenprijzen worden vastgesteld naar de wijze waarop de douanewaarde wordt vastgesteld, te meer het vraagstuk wat de invloed is van retroactieve verrekenprijsaanpassingen niet meer c.q. in mindere mate zal spelen.
Figuur 10.7 – Evaluatie vaststelling verrekenprijzen
Hoewel een aantal ondernemingen er reeds toe in staat is anno 2020, wordt het in de toekomst door technologische ontwikkelingen en digitalisering mogelijk om op transactie- en productniveau de prijzen vast te stellen (figuur 10.7).1 Ook in dit geval is het noodzakelijk dat wordt beschikt over een gesegmenteerde winst- en verliesrekening. Ten tijde van het aangaan van de transactie, wordt getoetst op basis van de verrekenprijsdocumentatie die dan beschikbaar is of de vastgestelde prijzen zakelijk zijn overeenkomstig de price setting approach. De toetsing vindt nog frequenter (bijvoorbeeld maandelijks) plaats of zelfs real-time. De op basis van de price setting approach vastgestelde verrekenprijzen zijn in beginsel niet onderworpen aan retroactieve interne verrekenprijsaanpassingen aangezien de zakelijkheidstoetsing reeds bij het aangaan van de transactie heeft plaatsgevonden.
Het toetsen van de zakelijkheid van de interne verrekenprijs op product-per-product- en transactie-per-transactieniveau, maakt het makkelijker om de zakelijkheidstoetsen die bij de vaststelling van interne verrekenprijzen en de transactiewaarde bij intragroepstransacties worden aangelegd op elkaar af te stemmen. Daarnaast brengt deze aanpak met zich dat er geen verrekenprijsaanpassingen meer plaatsvinden, waardoor de vraag of verrekenprijsaanpassingen in aanmerking genomen moeten worden voor het definitief vaststellen van de douanewaarde aan belang inboet c.q. geen belang meer heeft.