Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/7.7.1
7.7.1 Inleiding
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655957:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In de praktijk blijkt het vaak voor te komen dat het bekend worden van de misleiding leidt tot het aftreden van belangrijke bestuurders. Zie voor empirisch bewijs Karpoff, Lee & Martin 2008a. Zie in dit verband ook Choi & Pritchard 2016, p. 45-46; Humphery-Jenner 2012; Beneish, Marshall & Yang 2017; Agrawal & Cooper 2017; Desai, Hogan & Wilkins 2006; Niehaus & Roth 1999.
Ferrell en Saha wijzen in dit verband op de hevige koersdaling die het aandeel Apple doormaakte toen naar buiten kwam dat Apple zich (beweerdelijk) schuldig had gemaakt aan het zogenoemde ‘options backdating’. Een mogelijke verklaring voor deze koersdaling is volgens hen dat de markt er rekening mee hield dat CEO Steven Jobs vanwege (het bekend worden van) deze malversaties zou moeten aftreden. Aangezien het (bekend worden van het) options backdating verder geen gevolgen had voor in het verleden gerapporteerde kasstromen en/of winstcijfers, kan de koersdaling volgens Ferrell en Saha niet worden verklaard door het uit de koers lopen van enige koersinflatie. Zie Ferrell & Saha 2012, p. 378. Zie daarna ook Ferrell & Roper 2015, p. 575-576 en reeds eerder Ferrell & Saha 2007, p. 185. Vgl. in dit verband ook de uitspraak Amerikaanse Voit v. Wonderware Corp., 977 F. Supp. 363, 370-373 (E.D. Pa. 1997).
Aldus Dunbar & Sen 2009, p. 239.
Zie hierover Dunbar & Sen 2009, p. 239-240.
De zesde aanname die wordt losgelaten, is de aanname dat de corrigerende mededeling niet leidt tot extra koersverlies doordat de markt naar aanleiding van (het bekend worden van) de misleiding rekening houdt met een toename van het beleggingsrisico dat wordt gelopen op het litigieuze aandeel. In plaats daarvan wordt uitgegaan van de situatie waarin dit koerseffect zich juist wel voordoet. Dat een toename van het beleggingsrisico in de regel een extra koersdaling tot gevolg heeft, wordt verklaard door het feit dat deze toename leidt tot een lagere contante waarde van de (op het aandeel te verdienen) verwachte toekomstige kasstromen. Het is deze afname van de contante waarde die meteen in de koers wordt ingeprijsd en de koersdaling veroorzaakt.
Het toegenomen beleggingsrisico kan grosso modo door een tweetal factoren worden verklaard. In de eerste plaats is denkbaar dat de markt naar aanleiding van het bekend worden van de misleiding er rekening mee houdt dat belangrijke bestuurders het veld zullen moeten ruimen.1 Als het zittende bestuur – afgezien van de (naar buiten gekomen) misleiding – tot dusver goed heeft gepresteerd, zal dit tot onzekerheid leiden over de vraag of voor de aftredende bestuurders wel competente vervangers kunnen worden gevonden.2 Van een dergelijke onzekerheid zal in het bijzonder sprake zijn, wanneer de raad van commissarissen naar aanleiding van het bekend worden van de misleiding een onderzoek naar (het functioneren van) zittende bestuur instelt.3 In de tweede plaats is denkbaar dat de markt er naar aanleiding van de (eerste) corrigerende mededeling rekening mee houdt dat er nog meer corrigerende mededelingen zullen volgen.4 Dit vanwege het algemene ervaringsgegeven dat de exacte omvang van de misleiding meestal nog niet meteen na één corrigerende mededeling volledig in kaart is gebracht. Zelfs als de omvang van de misleiding in de eerste corrigerende mededeling exact wordt gespecificeerd, zal het waarschijnlijk zo zijn dat de markt alvast additionele corrigerende mededelingen in de beurskoers verdisconteert. Ook een dergelijke perceptie zal leiden tot onzekerheid.
Voor beide situaties is vervolgens wederom de vraag of het koersverlies dat voortkomt uit het door de markt inprijzen van een toename van het beleggingsrisico op de voet van art. 6:98 BW aan de vennootschap kan worden toegerekend, wanneer de beleggers die in het tijdvak van de misleiding aandelen hebben gekocht hiervoor wensen te worden gecompenseerd. Deze vraag wordt hierna voor beide situaties achtereenvolgens beantwoord.