De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.3.5.2:4.3.5.2 Goed werknemerschap
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.3.5.2
4.3.5.2 Goed werknemerschap
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949696:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Heerma van Voss stelt dat wat de goede werkgever mag eisen, de goede werknemer moet doen en omgekeerd.1 Het goed werknemerschap vormt dan ook de andere kant van de medaille van het goed werkgeverschap. Er dient een balans gevonden te worden tussen wat van de goed werkgever verwacht mag worden en wat van een goed werknemer verwacht mag worden. Het goed werkgeverschap en het goed werknemerschap appelleert echter niet aan dezelfde normen. De werkgever en de werknemer hebben door hun gezagsrelatie immers een andere positie, ook stuurt de werkgever de onderneming aan. Uit het goed werknemerschap kan bijvoorbeeld voortvloeien dat de werknemer bepaalde mededelingen moet doen, verplichtingen heeft ten aanzien van nevenarbeid of concurrentie en dat de werknemer redelijke voorstellen tot structurele wijzigingen van de arbeidsovereenkomst moet aanvaarden.2