De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/7.2.2:7.2.2 Richtlijn conforme toepassing van art. 2:349a lid 2 BW en art. 2:355/6 BW
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/7.2.2
7.2.2 Richtlijn conforme toepassing van art. 2:349a lid 2 BW en art. 2:355/6 BW
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS368522:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een voor dit onderzoek bijzonder relevante wijze waarop EU-richtlijnen doorwerken in het Nederlandse rechtspersonenrecht, is dat de ondernemingskamer ook art. 2:349a lid 2 BW en art. 2:355/6 BW richtlijnconform moet toepassen. Niet dat deze bepalingen afkomstig zijn uit een EU-richtlijn, maar omdat deze bepalingen niet op een zodanige manier mogen worden toegepast dat op grond van EU-richtlijnen ingevoerde regels buiten spel worden gezet. Dit betekent mijns inziens dat bij het treffen van (onmiddellijke) voorzieningen niet een situatie mag worden gecreëerd die strijdig is met de tekst en het doel van een EU richtlijn, behoudens voor zover het EU-recht zulks toelaat. Bijvoorbeeld door (onmiddellijke) voorzieningen te treffen die afbreuk doen aan een op grond van een EU-richtlijn ingevoerde bevoegdheid. In par. 7.6 worden daarvan een tweetal voorbeelden gegeven.
Omdat het treffen van (onmiddellijke) voorzieningen een discretionaire bevoegdheid betreft, bestaat voor de ondernemingskamer geen enkele belemmering om deze bepalingen niet richtlijnconform toe te passen. Zij kan immers simpelweg het treffen van (onmiddellijke) voorzieningen achterwege laten, indien dit niet richtlijnconform is.
Tevens is voorstelbaar dat, indien het treffen van een (onmiddellijke) voorziening in strijd zou komen met een EU-richtlijn, de ondernemingskamer deze (onmiddellijke) voorziening toch treft maar de gevolgen daarvan zo regelt c.q. deze (onmiddellijke) voorziening zo vormgeeft dat van strijd met een EU- richtlijn geen sprake meer is. Dat zal echter niet altijd mogelijk zijn.