Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/8.5
8.5 Terug naar de overwegingen van Maeijer: een rechtshandeling
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS297717:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Deze overweging heeft Maeijer ook later nog aangehaald. Zie in dit verband bijvoorbeeld: Maeijer 1966-1967. Zie hierover ook: Dumoulin 1999, p. 10-11.
Zie in dit verband voetnoot 10 van dit hoofdstuk.
Dumoulin 1999, p. 8.
Deze opvatting werd ook in 1940 al verdedigd door Scholten (Asser/Scholten 1940, p. 92).
Asser/Van der Grinten/Maeijer 1997, nr. 125.
Zie in dit verband: Slagter/Assink 2013, p. 304. Assink maakt bij besluiten een onderscheid tussen zuivere (feitelijke) beslissingen, welke niet als rechtshandeling kunnenworden gekwalificeerd, en besluiten als rechtshandelingen. Zie in dit verband ook Timmerman in zijn conclusie bijHR26 november 2010, NJ 2011, 55 m.nt. Van Schilfgaarde (Silver Lining Finance/Perstrop Waspik) alsmede Kamerstukken I 2010/11, 31763, C, p. 24 en 25. Als feitelijke beslissing wordt blijkens de parlementaire geschiedenis onder meer aangemerkt het ‘aansturen van het personeel’ door het bestuur. Zie voor een besluit als rechtshandeling van de vennootschap ook: Asser/Van der Grinten/Maeijer 1997, nr. 125; Dumoulin 1999, p. 8; Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 202; Van Schilfgaarde/Winter & Wezeman 2013, nr. 91.
Asser/Van der Grinten/Maeijer 1997, nr. 126; Van der Heijden/Van der Grinten 1992, nr. 202; Slagter 2005, p. 61.
Evenzo: Dumoulin 1999, p. 8.
Daar tegenover staat dat het stemmen door de aandeelhouder, hoewel een rechtshandeling, niet als een rechtshandeling van de rechtspersoon wordt beschouwd, maar als een rechtshandeling van de individuele aandeelhouder (evenzo: Slagter/Assink 2013, p. 312).
Maeijer merkt in de aan het begin van dit hoofdstuk opgenomen overweging op:
‘Men kan er de nadruk op leggen, dat de gezamenlijke stem uitbrengende aandeelhouders handelen als orgaan van de vennootschap die een eigen leven is gaan leiden, en dat het besluit geldt als rechtshandeling van de rechtspersoon [Onderstr. BK]. Dan is men geneigd het vennootschappelijk belang voorop te stellen.’
Nu Maeijer in zijn oratie uiteindelijk voor de opvatting kiest dat het gezamenlijk uitbrengen van de stem een typische uiting is van het samenwerkingskarakter (tussen aandeelhouders) dat aan de vennootschap ten grondslag ligt, en dus niet de nadruk legt op hetgeen in het citaat is opgenomen, kan zijns inziens het besluit van de algemene vergadering niet worden beschouwd als een rechtshandeling van de vennootschap.1 Dit was de klassieke opvatting die paste binnen de visie van de vennootschap als contractueel samenwerkingsverband tussen de aandeelhouders, een visie die Maeijer overigens toen al niet meer ondersteunde.2 Het besluit werd onder de contractuele theorie veelal gekwalificeerd als de uitvoering van de tussen aandeelhouders gesloten overeenkomst en was daarmee in de eerste plaats een rechtshandeling van de aandeelhouders.3 Thans bestaat daar een andere opvatting over,4 die overigens ook door Maeijer zelf lijkt te worden verdedigd.5 Het besluit van een orgaan van de vennootschap, dus ook van de algemene vergadering van aandeelhouders, kan een rechtshandeling zijn.6 Wanneer het besluit een rechtshandeling is, dan is het een rechtshandeling van eigen aard van de vennootschap.7
De opvatting dat een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders een rechtshandeling is van de vennootschap past binnen de visie van de vennootschap als instituut.8 De algemene vergadering van aandeelhouders maakt in deze visie onderdeel uit van de vennootschap en is aan haar dienstig, waardoor het voor de hand ligt om besluiten van haar organen als rechtshandelingen van de vennootschap aan te merken.
Ook de opvatting dat besluiten van organen van de vennootschap moeten worden beschouwd als rechtshandelingen van de vennootschap zelf is een teken dat de algemene vergadering van aandeelhouders het vennootschappelijk belang dient te behartigen. Verdedigd kan worden dat rechtshandelingen van de vennootschap gericht moeten zijn op het behartigen van het door de vennootschap te behartigen belang; zijnde het vennootschappelijk belang. Wanneer een besluit van een orgaan immers een rechtshandeling van de vennootschap zelf is, creëert dit een verantwoordelijkheid voor degene die middels het (mede) laten ontstaan van besluiten deze rechtshandeling voortbrengt jegens de vennootschap.9 Deze opvatting – die Maeijer zelf echter niet volgde – is daarmee een aanvullende reden om aan te nemen dat de algemene vergadering van aandeelhouders het vennootschappelijk belang dient te behartigen.