Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.6.1:3.6.1 Inleiding
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.6.1
3.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS493868:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf staan meerpartijenverhoudingen centraal. Ik volg hierin de Duitse aanpak van meerpartijenverhoudingen, zodat de Duitse discussies en inzichten beter kunnen worden begrepen. De opzet van deze paragraaf wijkt daardoor enigszins af van de corresponderende paragrafen over het Engelse en het Nederlandse recht.
De Duitse auteurs hebben lang geprobeerd met behulp van algemene vereisten ook in meerpartijenverhoudingen de juiste uitkomsten te verkrijgen. In de loop van de tijd zijn de inzichten voortgeschreden. Over de uitkomsten bestaat grotendeels eenstemmigheid, over de dogmatische onderbouwing steeds minder. In de volgende paragrafen schets ik de ontwikkeling van discussie. Daarbij besteed ik ruime aandacht aan het Leistungsbegrip, omdat de benadering van de Duitse heersende leer in de Nederlandse literatuur voor zowel het oude als het nieuwe recht is verdedigd. Het Leistungsbegrip is oorspronkelijk ontwikkeld om in meerpartijenverhoudingen gewenste uitkomsten te kunnen bereiken. Ik besteed echter ook aandacht aan de tekortkomingen van de benadering waarin de bedoeling van de betalende partij doorslaggevend is. In een aantal gevallen wijst het Leistungsbegrip de namelijk verkeerde partijen aan. Onverkorte navolging voor het Nederlandse recht verdienen de oorspronkelijke Duitse opvattingen daarom niet.
Veel Duitse auteurs staan tegenwoordig een genuanceerdere aanpak van meerpartijenverhoudingen voor. Zij menen dat de verschillende meerpartijenverhoudingen apart moeten worden bestudeerd en dat de vraag wie van wie kan terugvorderen, moet worden beantwoord aan de hand van bepaalde principes. De auteurs verschillen van mening in hoeverre deze principes de vereisten van §812 inkleuren. Met name Canaris, Flume en Lieb breken radicaal met de oorspronkelijke benadering waarin het Leistungsbegrip tot de juiste uitkomsten zouden leiden. Zij leiden de uitkomsten volledig af uit principes. Ik meen dat hun opvatting ook voor het Nederlandse recht inspiratie biedt. Ik bespreek in deze paragraaf daarom uitvoerig de moderne Duitse benadering en besteed bijzondere aandacht aan de opvattingen van Canaris, Flume en Lieb.
In deze paragraaf bespreek ik niet uitvoerig de verschillende meerpartijenverhoudingen. Dat gebeurt in de volgende twee paragrafen. Hier merk ik echter het volgende reeds op. De Duitse auteurs onderscheiden in de nieuwe benadering zogenaamde driehoeksverhoudingen, nakoming door een derde en doorbetalingen. In een driehoeksverhouding raken drie partijen betrokken in een gecompliceerde verhouding door met elkaar te handelen. A contracteert bijvoorbeeld met B en presteert vervolgens op aanwijzing van B rechtstreeks aan C. A handelt aldus met B en C, B met A en C en C met A en B. Zou men de situatie schetsen in een grafiek en lijntjes trekken tussen de partijen, dan ontstaat een driehoek. Van alle driehoeksverhoudingen wordt de prestatie op aanwijzing (in opdracht) door de auteurs als de standaardcasus beschouwd. Zij noemen dit de Anweisungsleistung. Daarbij gaat het niet alleen om de afgekorte levering van zaken, maar ook het verrichten van diensten door een hulppersoon, de afgekorte betaling van geld en de girale betaling. (In de volgende paragraaf (3.7) komt de Anweisungsleistung uitvoerig aan de orde.).