Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/7.6.3:7.6.3 Ongeoorloofde beïnvloeding
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/7.6.3
7.6.3 Ongeoorloofde beïnvloeding
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947751:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CDL-AD(2002)23 van de Venice Commission (30 oktober 2002), Code of Good Practice in Electoral Matters, p. 8.
EHRM 11 januari 2007, ECLI:CE:ECHR:2007:0111JUD005506600 (Russian Conservative Party of Entrepreneurs and Others/Russia), par. 76-78.
Ware 1981.
Fishkin 2011, p. 32. Rowbottom wijst erop dat van een resultaat ook sprake is wanneer de kiezer op dezelfde partij stemt als zonder de beïnvloeding, maar nu om een andere reden: Rowbottom 2012, p. 512.
Rowbottom 2012, p. 512-513; Ware 1981, p. 166.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook tijdens de verkiezingscampagne moet voorkomen worden dat kiezers aan ‘ongeoorloofde beïnvloeding’ onderhevig raken.1 Het karakter van de verkiezingscampagne brengt met zich dat de notie van ongeoorloofde beïnvloeding in deze fase van het verkiezingsproces moeilijk valt te definiëren. De verkiezingscampagne is er immers in de kern op gericht om kiezers te overtuigen (en dus te beïnvloeden) om op een bepaalde partij te stemmen. Daar komt bij dat de meningsvorming van de kiezer een intern proces is, dat zich moeilijk leent voor een rechterlijke beoordeling, zoals het EHRM constateerde in de zaak Russian Conservative Party of Entrepreneurs and Others/Russia. Deze zaak draaide om de vraag of de weigering om een bepaalde kandidaat aan de verkiezingen te laten deelnemen, betekende dat het vrije kiesrecht van zijn aanhangers (die nu niet op ‘hun’ kandidaat konden stemmen) was geschonden. Het Hof oordeelde dat dat niet het geval was, gelet op de genoemde moeilijkheden bij het bewijzen van een gedwarsboomde stemvoorkeur. Zolang de kiezer zijn voorkeur niet op het stembiljet kenbaar heeft gemaakt, kan die voorkeur niet bewezen worden. Daar komt bij dat het niet meer dan gebruikelijk is dat kiezers hun stemvoorkeur wijzigen. Wanneer het Hof zou aannemen dat een dergelijke wijziging in strijd is met het vrije kiesrecht, dan zou dat kunnen leiden tot een schier oneindige hoeveelheid klachten van kiezers die hun oorspronkelijke voorkeur hebben gewijzigd.2
Bij gebreke van een duidelijke toets aan artikel 3 Protocol 1 EVRM blijft de vraag wanneer kiezersbeïnvloeding als ‘ongeoorloofd’ moet worden bestempeld. Daarvan is, lijkt mij, sprake op het moment dat kiezers worden gemanipuleerd om op een bepaalde kandidaat of partij te stemmen. Manipulatie kan gedefinieerd worden aan de hand van drie elementen: er is (1) opzettelijk (2) gebruik gemaakt van bedrieglijke middelen en (3) daarmee is een resultaat bereikt.3 Het resultaatselement houdt in dat de kiezer door de beïnvloeding een andere keuze maakt dan hij zonder beïnvloed te worden gedaan zou hebben. Met andere woorden: de kiezer besluit op partij A te stemmen, terwijl hij dat zonder beïnvloeding niet gedaan zou hebben.4 Het opzetvereiste houdt in dat de verspreider van de campagneboodschap het doel gehad moet hebben om de kiezer van mening te doen veranderen. Daarbij moet de verspreider zich ook bewust van zijn dat hij zich van bedrieglijke middelen, het derde element van manipulatie, bedient. Middelen zijn bedrieglijk wanneer de kiezer zich niet bewust is van de manier waarop hij beïnvloed wordt.5 Op basis van dit vereiste kan manipulatie worden onderscheiden van omkoping of het uitoefenen van feitelijke dwang, vormen van beïnvloeding die zoals gezegd in de fase van het uitbrengen van de stem een rol kunnen spelen. Daarbij is de kiezer zich er wél van bewust dat hij aangezet wordt tot het uitbrengen van een stem op een bepaalde kandidaat en kan van manipulatie dus niet gesproken worden. Manipulatie staat in de weg aan de vrije meningsvorming van de kiezer en moet door de overheid dan ook worden tegengegaan.