Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.5.1
8.5.1 Typologie van de bedrijfshuishoudingen
mr. drs. C.M. Harmsen, datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180104:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
R.W. Starreveld, Leer van de administratieve organisatie (Bestuurlijke informatieverzorging), Deel 2, Typologie der toepassingen, Alphen aan den Rijn: N. Samsom 1962, eerste druk.
R.W. Starreveld, O.C. van Leeuwen, H. van Nimwegen, met medewerking van H.B. de Mare en E.J. Joëls, Bestuurlijke informatieverzorging, Deel 2A, Toepassingen, Fasen van de waardekringloop, Groningen/Houten: Stenfert Kroese 2004, vijfde druk, R.W. Starreveld, O.C. van Leeuwen, met medewerking van H.B. de Mare en E.J. Joëls, Bestuurlijke informatieverzorging, Deel 2B, Toepassingen, Typologie van de bedrijfshuishoudingen, Groningen|Houten: Wolters-Noordhoff 2007, vijfde druk en O.C. van Leeuwen en J.B.T. Bergsma, Bestuurlijke informatieverzorging in perspectief, Relevante en betrouwbare informatie voor sturing en beheersing, Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers 2012.
In de bedrijfseconomische literatuur wordt gesproken over huishoudingen, ondernemingen en bedrijven. In een juridische analyse staat de juridische entiteit waarin de onderneming of het bedrijf wordt gedreven centraal. Ik zal in dit hoofdstuk (ook) de economische terminologie hanteren.
O.C. van Leeuwen en J.B.T. Bergsma, Bestuurlijke informatieverzorging in perspectief, Relevante en betrouwbare informatie voor sturing en beheersing, Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers 2012, p. 103-104.
Ik heb de door Van Leeuwen en Bergsma gebruikte termen op enkele punten aangepast. Daarnaast heb ik de financiële instellingen niet in onderstaand schema opgenomen, omdat ik deze onder toezicht staande instellingen niet in mijn onderzoek betrek. Ook heb ik de huishoudingen die zonder tussenkomst van de markt leveren buiten beschouwing gelaten.
O.C. van Leeuwen en J.B.T. Bergsma, Bestuurlijke informatieverzorging in perspectief, Relevante en betrouwbare informatie voor sturing en beheersing, Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers 2012, p. 102.
R.W. Starreveld, O.C. van Leeuwen, met medewerking van H.B. de Mare, E.J. Joëls, Bestuurlijke Informatieverzorging, Deel 2B, Toepassingen, Typologie van de bedrijfshuishoudingen, Groningen|Houten: Wolters-Noordhoff 2007, vijfde druk, p. 20.
De variëteit aan soorten van werkzaamheden die door een rechtspersoon kunnen worden uitgeoefend is groot. In het vakgebied bestuurlijke informatieverzorging en administratieve organisatie is geprobeerd om op basis van gemeenschappelijke kenmerken te komen tot een nuttige indeling. Omdat de aard van de door de rechtspersoon gedreven onderneming als basis voor het onderzoek naar de soorten van te verwachten en noodzakelijke administraties meer een bedrijfseconomische dan een juridische grondslag heeft, ligt het voor de hand aansluiting te zoeken bij deze in de bestuurlijke informatieverzorging ontwikkelde indeling. Deze indeling wordt wel typologie van de bedrijfshuishoudingen genoemd. In 1962 heeft Starreveld als eerste het typologieschema ontwikkeld en uitgebreid beschreven.1 De door hem ontworpen indeling wordt nog steeds gehanteerd.2 Op basis van de typologie van de bedrijfsactiviteiten3 kan worden bepaald welke interne controlemaatregelen aanwezig moeten zijn om vast te kunnen stellen dat de opbrengsten volledig en de kosten juist zijn verantwoord.
Voor mijn onderzoek naar de invloed van de aard van de onderneming op de administratie die minimaal aanwezig moet zijn om te voldoen aan artikel 2:10 lid 1 BW, ga ik uit van de indeling op basis van de typologie van bedrijfsactiviteiten zoals gehanteerd door Van Leeuwen en Bergsma.4 Deze indeling is in belangrijke mate geïnspireerd op het in 1962 door Starreveld ontwikkelde typologieschema. Van Leeuwen en Bergsma hanteren een iets mindere mate van detaillering in soorten van bedrijfsactiviteiten. Omdat de verdere detaillering zoals die door Starreveld werd gehanteerd voor mijn onderzoek geen relevant onderscheid meer geeft voor de minimaal noodzakelijke administratie, heb ik het typologieschema van Van Leeuwen en Bergsma voor mijn onderzoek gebruikt.5
Belangrijk om op te merken is dat het onderstaande schema een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid is. De beschrijvingen van de verschillende typen ondernemingen zijn grondvormen zonder nuancering. Van Leeuwen en Bergsma beschrijven de verschillende grondvormen als “niet meer dan karakterschilderingen”.6 Bovendien kunnen ondernemingen in de praktijk kenmerken van meer dan één grondvorm hebben.7 Voor de beoordeling of de daadwerkelijk aanwezige administratie voldoet aan de te verwachten minimaal aanwezige administratie, is het daarom noodzakelijk om de in de onderneming gevoerde processen eerst te doorgronden en vervolgens te beoordelen welke grondvormen van ondernemingen kunnen worden onderkend. Vervolgens kan dan mede afhankelijk van de omvang van de onderneming worden vastgesteld welke administratie daarbij mag worden verwacht.