Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/3.3.7
3.3.7 Gemaakte kosten
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264516:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Accursius, Glossa Ordinaria, Digestum Vetus, p. 1407-1408 (ad D. 13,7,25); Accursius, Glossa Ordinaria, Codex Justinianus, p. 895-896 (ad C. 4,24,7,1); Bartolus, Super secunda digesti veteris, ad D. 13,7,25; Bartolus, Super secunda digesti veteris, ad D. 20,4,5; Negusantius, De pignoribus et hypothecis, nr. 7.3.14; Donellus, Commentariorum in Codicem Justiniani III, p. 1063-1064 (ad C. 8,14(13),6).
Accursius, Glossa Ordinaria, Digestum Vetus, p. 1407-1408 (ad D. 13,7,25); Accursius, Glossa Ordinaria, Codex Justinianus, p. 895-896 (ad C. 4,24,7,1) en 2096 (ad C. 8,14(13),6); Bartolus, Super secunda digesti veteris, ad D. 20,4,5; Negusantius, De pignoribus et hypothecis, nr. 7.3.16.
Negusantius, De pignoribus et hypothecis, nr. 5.5.13.
Landwehr 1967, p. 325-326; Planitz 1982, p. 125-126.
Landwehr 1967, p. 323-325. Zie voor een voorbeeld in de akte van de verpanding van Nijmegen: Sloet 1872-1876, p. 688-689.
Accursius, Glossa Ordinaria, Digestum Vetus, p. 1913-1914 (ad D. 20,4,5); Bartolus, Super secunda digesti veteris, ad D. 20,4,5; Negusantius, De pignoribus et hypothecis, nr. 7.3.16.
Als de pandgebruiker kosten ten behoeve van het onderpand had gemaakt, kon hij ze verhalen op de pandgever. Hiertoe had hij, evenals in het Romeinse recht, de actio pigneraticia contraria. Ten eerste kon de pandgebruiker gemaakte kosten terugvorderen als deze kosten noodzakelijk waren voor het behoud van het onderpand. Hieronder vielen onder meer kosten ten behoeve van de reparatie van een gebouw en kosten voor de verzorging van een zieke slaaf.1 Daarnaast kon de pandgebruiker andere kosten vorderen die hij in redelijkheid had gemaakt, zoals kosten tot onderhoud en kosten die nodig waren voor de exploitatie van het onderpand.2 De pandgebruiker diende zich voor deze kosten primair te verhalen op de vruchtopbrengst van het onderpand.3
Deze regels vonden navolging in lokale rechtspraktijken. Pandgevers stelden zich in de pandovereenkomst aansprakelijk voor kosten die de pandgebruiker ten behoeve van het onderpand had gemaakt.4 Daarnaast was het gebruikelijk om af te spreken dat de pandgebruiker de kosten die hij had gemaakt diende te verhalen op de vruchtopbrengst van het onderpand voordat hij de pandgever tot betaling aansprak.5
Als de pandgebruiker geen eerste pandrecht had, had hij bij de verdeling van de executie-opbrengst van het onderpand toch voorrang op de hoger gerangschikte crediteuren voor zijn vordering tot vergoeding van noodzakelijke kosten die hij ten behoeve van het onderpand had gemaakt.6