Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/8.9:8.9 Slotbeschouwing
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/8.9
8.9 Slotbeschouwing
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS442385:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het is de vraag of het akkoord buiten insolventie onder de insolventie verordening zal vallen. De schuldenaar verliest immers niet het beheer en de beschikking over zijn goederen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel met art. 287a Fw wordt getracht buitengerechtelijke regelingen te bevorderen, is het de vraag of die doelstelling zal worden bereikt. Art. 287a Fw kan worden gezien als een codificatie van lagere rechtspraak over het kunnen dwingen van een weigerachtige schuldeiser tot medewerking aan een buitengerechtelijke regeling. Hierdoor ligt het niet echt voor de hand dat de rechtspraktijk door de invoering van art. 287a Fw zal veranderen. De belangenafweging die de insolventierechter in het kader van art. 287a Fw dient te maken, is immers dezelfde belangenafweging als die voordien door de kortgedingrechter werd uitgevoerd. Door bij de belangenafweging van art. 287a Fw uit te gaan van dezelfde criteria als de kortgedingrechter, heeft er slechts een formele verschuiving plaatsgevonden, maar brengt art. 287a Fw geen materiële verandering. Niettemin heeft de komst van art. 287a Fw buiten twijfel gesteld dat de strenge criteria van de Hoge Raad in het genoemde arrest van 2005 niet op art. 287a Fw van toepassing zijn.
Het in het voorontwerp Insolventiewet geregelde akkoord buiten insolventie heeft een ruimer bereik dan art. 287a Fw, nu die regeling voor iedere schuldeiser openstaat. De strekking van beide regelingen is hetzelfde, beide voorzieningen zijn erop gericht om weigerachtige schuldeisers te kunnen binden aan een regeling. Daarnaast is een gehomologeerd akkoord buiten insolventie voor iedere schuldeiser die op de lijst van vorderingen staat vermeld, verbindend en is in die zin een dwangakkoord. Een buitengerechtelijke regeling kan door de rechter slechts ten opzichte van een of meer weigerachtige schuldeisers verbindend worden verklaard. Hoewel een akkoord buiten insolventie voor iedere schuldeiser openstaat en na homologatie voor iedereen die op de lijst van vorderingen staat, verbindend is, vertoont de procedure veel meer gelijkenissen met de regeling van het akkoord in faillissement en het akkoord binnen insolventie dan met art. 287a Fw. De regeling van art. 287a Fw is in vergelijking met de regeling van het akkoord buiten insolventie, eenvoudiger en minder tijdrovend, maar mist de verdergaande verbindendheid van concurrente schuldeisers en de vrije toegang. Nu de regeling van het akkoord buiten insolventie in veel opzichten hetzelfde is als de regeling van het akkoord binnen insolventie, doet de vraag zich voor of het niet eenvoudiger zou zijn om de regeling te laten oplossen in de huidige voorziening van art. 214 lid 3 jo. art. 255 Fw. Het verzoek tot insolventverklaring zou dan kunnen worden aangehouden indien tegelijkertijd met het verzoek een akkoord wordt aangeboden. Het aangeboden akkoord kan volgens de procedure van afdeling 6.2 voorontwerp Insolventiewet worden behandeld. Nadat het akkoord is gehomologeerd, is deze verbindend voor zowel concurrente als preferente schuldeisers. Op deze wijze kan de verbindendheid van een akkoord verder reiken dan een akkoord buiten insolventie en kunnen de schadelijke gevolgen van een insolventie toch beperkt worden gehouden. Bovendien blijft daardoor sprake van een en dezelfde voorziening, zodat internationaal gezien geen bijzondere regelingen getroffen hoeven te worden.1