Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.2.6.5
3.2.6.5 Toelichting op wetgeving
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS360987:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Proposal for a Council Directive on integrated pollution prevention and control, COM(93) 423 final, Brussels, 14 September 1993, Explanatory memorandum, p. 3.
Cursief van mij, JvdB.
Regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), Kamerstukken II2006/07, 30 844, nr. 3, p. 8.
Zie par. 1.2.
Activiteitenbesluit, NvT, p. 104.
Kamerstukken II 2011/12, 33 197, nr. 2, art. I, onderdelen A en B.
gpbv: geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging.
IPPC: Integrated Pollution Prevention Control.
Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (herschikking) (PbEU 2010 L 334/17). In Nederland wordt deze richtlijn gewoonlijk afgekort met IED (Industrial Emissions Directive).
Art. I onder A Wet van 16 juli 2005, houdende wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (verduidelijking in verband met de EG-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging; vergunning op hoofdzaken/vergunning op maat) (Stb. 2005, 432). De inwerkingtreding is geregeld in art. II Besluit van 8 oktober 2005, houdende wijziging van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (implementatie IPPC-richtlijn en EG-inspraakrichtlijn) (Stb. 2005, 527).
Kamerstukken II 2004/05, 29 711, nr. 6, p. 5-6, en nr. 7.
Zie onder meer Roos, Implementatie Richtlijn industriële emissies stroomlijnt emissieregelgeving 2012, Francois, De BBT in Richtlijn IED 2012 en Francois, De Europese Richtlijn industriële emissies 2012.
Kamerstukken II 2011/12, 33 197, nr. 4, p. 2.
Nijmeijer, IPPC-inrichting of -installatie? 2012.
Kamerstukken II 2011/12, 33 197, nr. 4, p. 3-4.
Algemeen
In de toelichting op wetgeving vinden we soms een indicatie dat de wetgever de samenhang in een wetssysteem vanwege de kenbaarheid daarvan zoekt in de echte werkelijkheid.
IPPC-richtlijn
In het Explanatory Memorandum (1993) bij de IPPC-richtlijn1wordt onder meer het volgende opgemerkt: 'Increasingly, throughout the Commu-nity it has come to be recognized that no one part of the environment is separate from any other. It functions as an integrated whole. Yet, pollution control was until recently usually based on an approach which considers emissions to air, water and land separately. That has begun to change, particularly since the 1987 report on sustainable development, which stated in the section entitled 'The Institutional Gaps' in the overview: "the integrated and interdependent nature of the new challenges and issues contrasts sharply with the nature of the institutions which exist today. The institutions tend to be independent, fragmented and working to relatively narrow mandates with closed decision processes. The real world2of interlocked economic and ecological systems will not change; the policies and institutions must."' Mij komt deze passage voor als een duidelijk pleidooi voor het feit dat het (omgevings)recht zich moet aanpassen aan de werkelijkheid, niet andersom. Sterker nog, de werkelijkheid waarover het in deze passage gaat kan zich volgens de opstellers van het Memorandum niet aanpassen.
Wabo
In de memorie van toelichting bij de Wabo wordt opgemerkt, dat het project (bestaande uit de in de artikelen 2.1 en 2.2 Wabo genoemde activiteiten) dat de burger of het bedrijf wil gaan realiseren, centraal staat. De dienstverlening door de overheid zal daaraan zo veel mogelijk moeten worden aangepast.3 In
de Wabo wordt dus aangesloten bij de echte werkelijkheid van een burger of ondernemer die een bepaald tastbaar project wil realiseren.
Activiteitenbesluit
In de nota van toelichting op het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer4 wordt het als logischer gezien om algemene regels op te stellen voor activiteiten, in plaats van per branche min of meer dezelfde regels te stellen. De vóór het Activiteitenbesluit geldende algemene maatregelen van bestuur5 kenden veelal gelijke regels voor verschillende branches. Het reguleren van activiteiten is volgens de toelichting dan een logische vervolgstap. Uit de praktijk is bovendien gebleken dat bij toezicht en handhaving door het bevoegd gezag de activiteiten van inrichtingen centraal staan. Ook voor inrichtingen is deze insteek herkenbaar. Om in de toekomst meer inrichtingen onder de algemene (milieu)regels te kunnen brengen, is regulering op activiteiten een relatief eenvoudige wijze. In de praktijk wordt dit besluit daarom ook wel het Activiteitenbesluit genoemd.6 In het Activiteitenbesluit is dus beoogd aan te sluiten bij de echte werkelijkheid van een burger of ondernemer die bepaalde activiteiten wil uitvoeren.
Richtlijn industriële emissies
Een recent illustratief voorbeeld van dat kenbaarheid een rol speelt voor de wetgever en hoe gedachten over kenbaarheid in de loop der tijd kunnen veranderen biedt het wetsvoorstel tot Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer en enkele andere wetten ten behoeve van de implementatie van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging; herschikking; PbEU L 334).7 Daarin wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de term 'gpbv-installatie'8 te vervangen door de term 'IPPC-installatie'.9 Met beide acroniemen wordt een installatie aangeduid als bedoeld in bijlage 1 van de Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies (IED).10
De term gpbv-installatie is op 1 december 2005 in de Wet milieubeheer geïntroduceerd11 en per 1 oktober 2010 'overgeheveld' naar de Wabo.12 In de memorie van toelichting wordt opgemerkt dat destijds bewust is gekozen voor het Nederlandstalige acroniem, gelet op Aanwijzing voor de regelgeving 57, die bepaalt dat vreemde woorden of daarvan afgeleide woorden worden vermeden, uitgezonderd wanneer het vreemde woord of een afgeleide daarvan ingang heeft gevonden in de Nederlandse taal.
De regering noemt in de memorie van toelichting een aantal redenen om in 2012 toch voor IPPC-installatie te kiezen. Bij elk van die redenen zijn kanttekeningen te plaatsen.
In de eerste plaats werd volgens de regering reeds in de toelichting bij de introductie van de term 'gpbv-installatie' onderkend dat het Engelstalige acroniem eigenlijk al was ingeburgerd in het gangbare taalgebruik.13
Kanttekening: als zulks in 2005 reeds werd onderkend wordt niet helder waarom dan in 2005 niet reeds gebruik was gemaakt van de uitzondering die Aanwijzing 57 biedt.
In de tweede plaats heeft introductie van de vervangende Nederlandstalige term door de wetgever het tij volgens de regering niet kunnen keren. Zo meldt bijvoorbeeld Infomil op de website dat gpbv-installaties veelal meer bekend zijn als IPPC-installaties. Reeds de enkele omstandigheid dat een dergelijke, het bedrijfsleven en publiek informerende, website onmiddellijk naast de officiële term voor alle duidelijkheid het gangbaarder Engelse acroniem meent te moeten vermelden, is volgens de regering voldoende aanleiding ook in de wetgeving te kiezen voor het spraakgebruik.
Kanttekening: mij lijkt dat de vermelding op de Infomil-website een indicatie kan zijn voor het feit dat de term IPPC-installatie ingang heeft gevonden in de Nederlandse taal, maar ik vraag mij af of de enkele omstandigheid dat een het bedrijfsleven en publiek informerende website de IPPC-installatie 'meent te moeten vermelden''reeds voldoende aanleiding' moet vormen voor de wetgever om de wet aan te passen. Als deze redenering werkelijk valide is, kan men zich afvragen of dat geen nieuwe, ongekende mogelijkheden zou openen voor andere het bedrijfsleven en publiek informerende websites, zoals bijvoorbeeld die van VNO-NCW en MKB-Nederland.
In de derde plaats is het Engelse acroniem 'IPPC' volgens de regering ook gemakkelijker uit te spreken dan het Nederlandse equivalent 'gpbv'.
Kanttekening: ik ben het daarmee eens, maar neem aan dat dat in 2005 ook reeds het geval was.
In de vierde plaats handhaaft de nieuwe richtlijn volgens de regering uitdrukkelijk de oorspronkelijke aanduiding 'Integrated Pollution Prevention and Control' (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) in het opschrift als ondertitel, zodat naar verwachting het ingeburgerde acroniem IPPC in de uitvoeringspraktijk gangbaar en herkenbaar zal blijven.
Kanttekening: het moge zo zijn dat de woorden 'integrated pollution prevention control' terugkomen in het opschrift als ondertitel van de Richtlijn industriële emissies, maar de inmiddels reeds gangbare aanduiding voor deze richtlijn is IED.14
Ten slotte is het gebruik van een Engelstalig acroniem volgens de regering niet nieuw in de nationale milieuwetgeving. In de Wet milieubeheer wordt reeds gebruik gemaakt van de term 'PRTR' (titel 12.3), een acroniem voor Pollutant Release and Transfer Register', hoewel een goede Nederlandse vertaling voor handen is: register inzake de emissie en overbrenging van verontreinigende stoffen.
Kanttekening: het feit dat het gebruik van een Engelstalig acroniem niet nieuw is in de nationale milieuwetgeving vormt op zichzelf geen legitimatie om van Aanwijzing 57 af te wijken. Zo zou het best kunnen dat PRTR voldeed aan de uitzondering in Aanwijzing 57.
Om aansluiting met nationale regelgeving te vereenvoudigen en interpretatiegeschillen te voorkomen adviseert de (Afdeling advisering van de) Raad van State om de terminologie en systematiek van de Richtlijn industriële emissies als uitgangspunt te nemen en slechts om klemmende redenen hiervan af te wijken. Daarbij wijst hij in het bijzonder op het begrip installatie', dat in artikel 3, aanhef en onder 3 van de richtlijn wordt gedefinieerd. Aangezien de term IPPC-installatie' niet voorkomt in de richtlijn en de IPPC-richtlijn vanaf 7 januari 2014 niet meer geldig is, wekt het voorstel om voortaan te verwijzen naar een IPPC-installatie' verwarring. De Raad adviseert in de nationale regelgeving te verwijzen naar een installatie als bedoeld in de richtlijn.15
De regering blijft echter bij haar voorstel om gpbv-installatie' te vervangen door IPPC-installatie' dat met name wordt ingegeven door de overweging dat de Engelse term IPPC' beter bekt' en belangrijker, ook meer is ingeburgerd.' Dat onder IPPC-installaties slechts wordt gedoeld op de installaties die behoren tot de in bijlage I van de richtlijn genoemde categorieën installaties en niet op alle installaties waarop de richtlijn van toepassing is, leidt volgens de regering niet tot verwarring, . integendeel, de uitvoeringspraktijk heeft altijd wat 'aangehikt' tegen de term 'gpbv-installatie' als een typisch 'Haags' bedenksel.' Nijmeijer is het van harte met de Raad van State eens. Een wettekst moet volgens hem duidelijk en rechtszeker zijn en daarbij helpt het niet om te refereren aan begrippen uit niet langer geldende richtlijnen.16 Ik ben het met hem eens met name ook op basis van het door hem gebezigde argument dat de term IPPC-installatie slechts is ingeburgerd voor hen die in het verleden met de IPPC-richtlijn van doen hebben gehad. Teneinde beter aan te sluiten bij de echte werkelijkheid zou het wellicht te overwegen zijn om een onderscheid te maken tussen industriële installaties (art. 10IED) en oplosmiddeleninstallaties (art. 56 IED) als dat in de Nederlandse context meerwaarde heeft.17