Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.2.6.1
9.2.6.1 Sanctiebepaling art. 15ai Wet VPB 1969
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS400620:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een vergelijking met de bedrijfsfusiefaciliteit en de keuze om binnen of buiten de fiscale eenheid te reorganiseren G.C. van der Burgt/F.J. Elsweier, Het fiscale eenheidsregime in de vennootschapsbelasting: Recente ontwikkelingen in regelgeving en rechtspraak, WFR 2011/1682, paragraaf 6.
In een aantal gevallen leidt de toepassing van art. 15ai Wet VPB 1969 tot afrekening, terwijl dit niet altijd noodzakelijk is vanuit het doel van de regeling (voorkoming ongewenst gebruik van de fiscale eenheid in samenhang met de deelnemingsvrijstelling). In het besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/4620M, BNB 2011/63, is daarom voorzien in begunstigend beleid.
Een belangrijke bepaling in de fiscale eenheidsregeling is de antimisbruikbepaling art. 15ai Wet VPB 1969. De wetgever tracht door middel van de bepaling te voorkomen dat een fiscale eenheid slechts gedurende korte termijn wordt aangegaan met het doel een onbelaste vermogensoverdracht te doen plaatsvinden van de ene maatschappij aan de andere maatschappij, waarna de eenheid weer wordt verbroken. In de tweede plaats moet art. 15ai Wet VPB 1969 voorkomen dat overdrachtswinst die binnen fiscale eenheid wordt behaald, kan worden omgevormd tot een op grond van de deelnemingsvrijstelling belastingvrij vervreemdingsvoordeel uit aandelen in een deelneming.
De antimisbruikbepaling is van toepassing indien binnen de fiscale eenheid een vermogensbestanddeel met een positieve stille reserve is overgedragen én de overdragende of de overnemende maatschappij wordt ontvoegd uit de fiscale eenheid. Blijkens art. 15ai lid 3 Wet VPB 1969 is de sanctie niet van toepassing indien (i) de overdracht heeft plaatsgevonden in het kader van een bij de aard en omvang van de overdragende en de overnemende maatschappij passende normale bedrijfsuitoefening; óf (ii) b. de overdracht (een zelfstandig onderdeel van) een onderneming tegen uitreiking van eigen aandelen door de overnemende maatschappij betrof en na het tijdstip van de overdracht tot het moment van beëindigen van de fiscale eenheid zijn drie kalenderjaren verstreken; óf (iii) na het tijdstip van de overdracht tot het moment van beëindigen van de fiscale eenheid zijn zes kalenderjaren verstreken dan wel na het tijdstip van de overdracht tot het moment van beëindigen van de fiscale eenheid zijn drie kalenderjaren verstreken (art. 15ai lid 3 Wet VPB 1969).1 De sanctie houdt in dat alsnog wordt afgerekend over de stille reserve op het moment van ontvoeging (art. 15ai lid 1 Wet VPB 1969) of op verzoek van de belastingplichtige op het moment van overdracht (art. 15ai lid 2 Wet VPB 1969).2