Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.2.3.3:5.2.3.3 Regres door de bedrijvige commanditair op de besturende vennoten
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.2.3.3
5.2.3.3 Regres door de bedrijvige commanditair op de besturende vennoten
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS448679:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie 2.2.2.2.3 onder c) hierboven.
Zie 2.2.2.2.3 onder c) hierboven.
Zie 2.3.3.3 hierboven.
Zie 3.2.3.2.4 hierboven.
Zie 3.2.3.2.1 hierboven, voetnoot 94.
Zie 3.4.3.2 hierboven.
Asser/Maeijer 5-V (1995), nr. 113-114, Assink (2013), § 99.4.
Zie 2.2.2.2.3 onder c) hierboven. Zie voor literatuur voetnoot 271 aldaar.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer een bedrijvige commanditair door derden wordt aangesproken wegens overtreding van het bestuursverbod heeft hij naar de heersende leer een regresrecht op de gecommanditeerde vennoten voor hetgeen hij méér heeft betaald dan het eventueel nog niet door hem gestorte deel van de door hem toegezegde inbreng.1 De redenering daarachter is dat een overtreding van het bestuursverbod niet afdoet aan de wettelijke maximering van de draagplicht van de commanditaire vennoot voor schulden van de vennootschap tot het bedrag van diens inbreng.2 Het wetsvoorstel Personenvennootschappen kende een soortgelijke regeling.3 In Frankrijk geldt heden ten dage een zelfde regel,4 met de kanttekening dat in de 19e en vroege 20e eeuw in de Franse rechtsleer is betoogd dat de bedrijvige commanditair niet voor iedere schuld die hij aan een derde heeft betaald regres heeft op de gecommanditeerde vennoten, maar slechts voor die schulden die hij met medeweten van de gecommanditeerde vennoten is aangegaan.5 Het huidige Engelse recht kent een vergelijkbare nuancering: de bedrijvige commanditair die aan een derde heeft betaald heeft geen regres op de gecommanditeerde vennoten indien uit zijn handelen geen vennootschapsschuld is ontstaan. Indien wel een vennootschapsschuld is ontstaan, dan heeft hij wel regres op de vennootschap, maar slechts indien de door hem verrichte handeling een daad van behoorlijke bedrijfsvoering was of noodzakelijk was voor het behoud van het bedrijf of de eigendommen van de vennootschap.6
Een dergelijke nuancering spreekt mij wel aan. Indien de commanditair hem verboden bestuurshandelingen verricht waaraan de vennootschap is gebonden, dan lijkt het mij billijk dat hij voor de financiële nadelen daarvan regres kan nemen op de gecommanditeerde vennoten. De vennootschap is naar Nederlands recht gebonden aan een door de bedrijvige commanditair verrichte rechtshandeling wanneer (i) de schijn van bevoegdheid van de commanditair ingevolge art. 3:61 lid 2 BW aan de vennootschap toerekenbaar is, (ii) de vennootschap de door de commanditair onbevoegd verrichte rechtshandeling op basis van art. 3:69 BW bekrachtigt, (iii) sprake is van zaakwaarneming in de zin van art. 6:198 e.v. BW of (iv) de vennootschap bij de onbevoegd verrichte rechtshandeling is gebaat zoals bedoeld in de laatste zinsnede van art. 7A:1681 BW.7 In al deze gevallen treft de rechtshandeling die de bedrijvige commanditair heeft verricht in haar gevolgen de vennootschap. In een dergelijke situatie lijkt het gerechtvaardigd dat de commanditair regres heeft op de vennootschap, en dus de gecommanditeerde vennoten, indien hij in privé wordt aangesproken door een derde die met hem als (pseudo-)vertegenwoordiger van de vennootschap contracteerde.
Wanneer de commanditair evenwel verbintenissen aangaat waaraan de commanditaire vennootschap niet is gebonden zie ik niet in op grond waarvan hij de nadelige gevolgen daarvan op de gecommanditeerde vennoten zou moeten kunnen afwentelen: het lijkt niet gerechtvaardigd dat de gecommanditeerde vennoten door de omweg van een aan de bedrijvige commanditair toekomend regresrecht de financiële consequenties daarvan toch zouden moeten dragen. Het hiertegen in te brengen argument dat de draagplicht van de commanditaire vennoot in het wettelijk systeem is beperkt tot de door hem toegezegde inbreng8 acht ik niet overtuigend. Indien de commanditair op een zodanige wijze naar buiten optreedt dat de vennootschap niet is gebonden aan de door hem tot stand gebrachte rechtshandeling, dan treedt hij per definitie buiten de grenzen van de rol die de wet hem als commanditaire vennoot toebedeelt: betoogd kan dan worden dat hij in die situatie niet langer optreedt als commanditaire vennoot zoals bedoeld in de wet. Daarmee komt hem geen beroep toe op de regel dat hij slechts tot een beperkt bedrag draagplichtig is voor vennootschapsschulden: dit recht kent de wet slechts toe aan hen, die commanditair vennoot zijn.