Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.10.3.3:4.10.3.3 Het afscheidingsrecht en de beperkt gerechtigden van de hoofdzaak
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.10.3.3
4.10.3.3 Het afscheidingsrecht en de beperkt gerechtigden van de hoofdzaak
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644784:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierboven §4.8.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het afscheidingsrecht verhoudt zich in dezelfde mate tot de beperkt gerechtigden van de hoofdzaak als tot de verkrijger te goeder trouw. Als de eenheidszaak, dus met het nagetrokken bestanddeel, wordt bezwaard met een zekerheidsrecht, dan werkt het afscheidingsrecht niet tegen deze zekerheidsgerechtigde. Hij kan overgaan tot executie van de gehele zaak. Deze uitzondering op het principe van de “prior tempore potior iure”-regel is vanuit het oogpunt van de rechtszekerheid te rechtvaardigen. Een zekerheidsgerechtigde kan en hoeft geen rekening te houden met een afscheidingsrecht op een bestanddeel van een zaak. Hypotheekhouder Geldermalsen uit het Sleepboot Egbertha-arrest zou zich derhalve hebben kunnen verweren tegen het algemene afscheidingsrecht als dit recht in 1936 had bestaan.
Als het zekerheidsrecht reeds vóór de natrekking op de hoofdzaak was gevestigd, dan werkt het afscheidingsrecht wél tegen de zekerheidsgerechtigde.1 Anders zou laatstgenoemde immers de toevoeging in zijn schoot geworpen krijgen. Vereist is uiteraard wel dat de hoofdzaak in dezelfde toestand als vóór de verbinding kan worden gebracht, zoals dat eveneens vereist is bij alle iura tollendi. Overigens geldt dat, zoals gezegd, het afscheidingsrecht niet gebruikt hoeft te worden. In overleg met de zekerheidsgerechtigde kan de leverancier besluiten van zijn actie af te zien. In ruil daarvoor verkrijgt hij een deel van de opbrengst van de executie.
Wat voor de zekerheidsgerechtigde geldt, geldt voor alle beperkt gerechtigden. De rechtszekerheid voor derden te goeder trouw verzet zich tegen een voor die derden onbekend afscheidingsrecht. De belangen van de oorspronkelijke eigenaar moeten daarvoor wijken.