Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/18.2.1:18.2.1 Algemeen
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/18.2.1
18.2.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487228:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Beschikken is: vervreemden en bezwaren: zie Van Mourik 2006, p. 33.
Het betreft hier zowel de bevoegdheid tot beschikken over het onverdeelde aandeel in de gemeenschap als de bevoegdheid tot beschikken over een onverdeeld aandeel in een tot de gemeenschapbehorende zaak.
Van Mourik 2006, p. 35.
Van Mourik 2006, p. 45.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Roerende zaken welke zich bevinden op, aan of in de mandelige zaak zullen veelal in gemeenschappelijke eigendom toebehoren aan alle deelgenoten in de mandelige zaak. Aangenomen mag worden dat de eigendomsverhouding veelal dezelfde zal zijn als die met betrekking tot de mandelige zaak (vgl. art. 3:166 lid 3).
Deze gemeenschap van roerende zaken zal moeten worden gekwalificeerd als een eenvoudige gemeenschap waarop de regels van afdeling 1 van titel 3.7 van toepassing zijn. Nu de wettelijke regeling zich daartegen verzet zijn deze zaken nimmer mandelig ex titel 5.5.
Algemeen wordt ten aanzien van dergelijke eenvoudige gemeenschappen in de wet het volgende bepaald:
De deelgenoten kunnen het genot, het gebruik en het beheer bij overeenkomst regelen (art. 3:168 lid 1). Deze regeling is ook bindend voor de rechtsopvolgers van een deelgenoot (art. 3:168 lid 4).
De kantonrechter kan, voor zover een overeenkomst ontbreekt, op verzoek van de meest gerede partij daarin voorzien (art. 3:168 lid 2). Deze regeling is ook bindend voor de rechtsopvolgers van een deelgenoot (art. 3:168 lid 4).
Iedere deelgenoot is bevoegd, tenzij bij regeling anders is overeengekomen, tot het gebruik, mits dit gebruik met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is (art. 5:169).
Iedere deelgenoot is bevoegd handelingen dienende tot gewoon onderhoud of behoud van de gemeenschappelijke zaken en de handelingen die geen uitstel kunnen lijden zelfstandig te verrichten. Het overige beheer geschiedt, tenzij een regeling anders bepaalt, door de deelgenoten tezamen (art. 5:170 lid 2). Tot alle andere handelingen zijn slechts de deelgenoten tezamen bevoegd. Het gaat hier dan om beschikkingshandelingen.1 De deelgenoten kunnen terzake daarvan geen regeling treffen (art. 3:170 lid 3).
Iedere deelgenoot is bevoegd, tenzij bij regeling anders overeengekomen, tot het instellen van rechtsvorderingen en het indienen van verzoekschriften ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschappelijke roerende zaken (art. 3:171).
De deelgenoten delen in de vruchten en andere voordelen naar evenredigheid van hun aandelen, zulks tenzij een regeling anders bepaalt. In de uitgaven dienen zij naar evenredigheid van hun aandeel bij te dragen (art. 3:172).
Een deelgenoot kan over zijn onverdeeld aandeel beschikken,2 tenzij de rechtsverhouding tussen de deelgenoten zich daartegen verzet (art. 3:175 lid 1). Ingeval de rechtsverhouding zich tegen het beschikken over het onverdeeld aandeel verzet is de deelgenoot terzake beschikkingsonbevoegd.3
Schuldeisers van een deelgenoot kunnen zijn aandeel in een gemeenschappelijke zaak uitwinnen (art. 3:175 lid 3). De rechtsverhouding tussen de deelgenoten heeft hierop geen enkele invloed.4
Iedere deelgenoot is bevoegd verdeling van de gemeenschappelijke zaken te vorderen, tenzij uit de aard van de gemeenschap dan wel overeenkomst (zie hierover nader par. 18.3.1.1) anders voortvloeit (art. 3:178 leden 1 en 5).
en schuldeiser van een deelgenoot kan verdeling van de gemeenschap vorderen (art. 3:180 lid 1), tenzij de aard van de gemeenschap zich daartegen verzet. Ook vloeit uit de overeenkomst ex art. 3:178 lid 5 voort dat een schuldeiser geen verdeling meer kan vorderen (zie nader par. 18.3.2).