Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/10.4.3
10.4.3 De relatie tussen SSSI’s en European sites
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS448661:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie in algemene zin: Guidelines for selection biological SSSIs, part B, p. 30-31 en meer specifiek in part C, Chapter 14 Birds. Appendix A, p. 247-249. Dit document is te vinden op de website van de JJNC. Zie www.jncc.gov.uk/page-2303.
Zie de website www.natureonthemap.org.uk/news.html onder het kopje International Sites.
Zie in dat verband The Dee Esturary European Marine Site, Natural England & the Countryside Council for Wales advice given under Regulation 33(2) of the Conservation (Natural Habitats&c.) Regulations 1994, version january 2010, p. 49-51, 146-147, 148 en 162-163. Dit document is te vinden op de website www.ccw.gov.uk/landscape-wildlife/protecting-our-landscape/special-sites-project/the-dee-estuary-european-ma-rin.aspx.
Zie de Citation Sheet van de SSSI Dee Estuary/Aber Afon Dyfrdwy, p. 1-2. Dit document is te vinden op de website www.natureonthemap.org.uk/news.html onder het kopje Sites of Special Scientific Interest bij de documenten van dit gebied.
Hierbij kan worden gedacht aan beschermingsdoelstellingen die voortvloeien uit het Verdrag van Ramsar en/of het Biodiversiteitsverdrag.
Het Data form is het officiële formulier van de Europese Commissie voor het aanmelden van (potentiële) SPA’s of SAC’s.
Zie de Views About Management/Management Principles Dee Estuary/Aber Afon Dyfrdwy, p. 2-5, 12-13 en de punt 2 en 17 op de lijst Operations likely to damage the special interest. Beide documenten zijn te vinden op de website www.natureonthemap.org.uk/news.html onder de kopjes Sites of Special Scientific Interest en Dee Estuary/Aber Afon Dyfrdwy.
Art. 21, lid 1 en 2 CHSR 2010. Zie in dat verband ook paragraaf 9.3.4.3.
Dit is Europeesrechtelijk gezien geen probleem indien bij de vaststelling van een OLDSIs een habitattoets wordt uitgevoerd.
De aanwijzing van SSSI’s gebeurt met behulp van de criteria die zijn opgenomen in de ‘Guidelines for selection of biological SSSI’s’. Bij het vaststellen van deze richtlijn zijn nationale en internationale verplichtingen in acht genomen. In dat verband wordt onder meer expliciet verwezen naar de Vrl en Hrl.1 Dit heeft tot gevolg dat bij de selectie en de aanwijzing van SSSI’s een relatie moet worden gelegd met de bescherming van de habitats en soorten in European sites. Daarnaast is staand het beleid om alle European sites ook aan te wijzen als SSSI. Hiervoor zijn een aantal redenen. In de eerste plaats bestaat in Engeland de gewoonte om alle natuurgebieden die er toe doen aan te wijzen als SSSI. In de tweede plaats voldoen European sites aan de selectiecriteria voor SSSI’s. In de derde plaats biedt de aanwijzing van een European site als SSSI extra mogelijkheden om kwalificerende natuurwaarden te beschermen. In dat verband kan worden gedacht aan de afstemming van nationale en internationale natuurdoelen. Bij de aanwijzing van een gebied als SSSI wordt ten minste een relatie gelegd met de kwalificerende habitats en soorten in (nabijgelegen) European sites. Dit blijkt uit het onderstaande voorbeeld:
Het estuarium van de rivier de Dee, op de grens van Engeland en Wales, is op basis van de Vrl en Hrl aangewezen als een European Marine Site (SPA/ SAC).2 Dit gebied is onder meer aangewezen als European site vanwege de aanwezigheid van de kwalificerende habitattypen ‘bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten’ en ‘atlantische schorren’, en de (vogel)soorten visdief, dwergstern en zilverplevier.3 Het Dee estuarium is nadien – te weten op 23 september 1998 – ook aangewezen als SSSI. In de motivering van het aanwijzingsbesluit verwijst NE naar exact dezelfde habitats en vogelsoorten.4
Het is op basis van andere (inter)nationale regels en/of (inter)nationaal beleid mogelijk om extra habitats of soorten aan het aanwijzingsbesluit toe te voegen.5 NE is bevoegd om ten behoeve van de bescherming van de natuurwaarden in een SSSI bestuursafspraken (hierna: VAM) op te stellen. In de praktijk wordt altijd van deze bevoegdheid gebruik gemaakt. De omschrijving van de kwalificerende natuurwaarden in de SSSI vormt een belangrijk bestanddeel van de VAM. Deze omschrijving staat aan de basis van het benodigde natuurbeheer in de SSSI. Om begrijpelijke redenen is sprake van een directe relatie tussen het beheer voor SSSI’s en de instandhoudingsdoelstellingen voor kwalificerende habitats en soorten in European sites. Daarvoor zijn een aantal redenen. In de eerste plaats wordt een SSSI ten minste voor dezelfde soorten aangewezen als een European site. In tweede plaats wordt bij het maken van bestuursafspraken veelal gebruik gemaakt voor de informatie die is gebruikt om de European site aan te wijzen (Data-form en de adviezen die worden uitgebracht op basis van artikel 35 CHSR 2010).6 De genoemde gegevens zijn in de praktijk bepalend voor de inhoud van de bestuursafspraken, al ligt dat gezien de juridische status van deze informatie niet voor de hand. Een advies op basis van artikel 35 CHSR 2010 en het standaard data form van de EC zijn alleen bedoeld als hulpmiddel bij het aanwijzen van een European site. Voor zover deze documenten informatie over het nodige natuurbeheer bevatten is deze niet in rechte afdwingbaar. In de laatste plaats valt de samenhang te verklaren door het feit dat ook het beheer van SSSI’s die niet zijn aangewezen als European site worden afgestemd op de instandhoudingsdoelstellingen van een European site in de buurt. Dit blijkt onder meer uit het volgende voorbeeld:
Het Dee Esturary is onder andere vanwege het voorkomen van de vogelsoort zilverplevier aangewezen als European Marine Site. De instandhoudingsdoelstelling voor deze vogelsoort is het behoud van de (huidige) gunstige staat van instandhouding. In het advies dat voor het beheer van deze European Marine site is opgesteld, wordt gemeld dat zilverplevieren uit het Dee Estuary in het nabij gelegen North Wirral Foreshore foerageren. Dit gebied is aangewezen als SSSI, maar is NE ook aangemerkt als een potentiële SPA. De belangrijkste habitats voor deze vogelsoort zijn ‘atlantische schorren en ‘bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten’. De doelstelling van de bestuursafspraken voor de SSSI North Wirral Foreshore is de bescherming van deze habitats. Het beheer van dit gebied moet daarop worden afgestemd.
Op het eerste gezicht lijkt de betekenis van de VAM’s voor de bescherming van European sites beperkt. De hierin opgenomen afspraken zijn namelijk niet in rechte afdwingbaar. Desondanks kunnen bestuursafspraken een belangrijke rol spelen bij de bescherming van European sites. In de eerste plaats kan een VAM dienen als basisinstrument voor het afsluiten van bestuursovereenkomsten. In de tweede plaats zijn de doelstellingen van een VAM van invloed op de samenstelling van de lijst (OLDSIs) met activiteiten met mogelijke schadelijke effectenop de natuurwaarden in de SSSI’s. Een activiteit die staat vermeld op een OLDSIs kan alleen worden uitgevoerd na voorafgaande goedkeuring door NE.
Het Dee estuarium is onder meer vanwege het voorkomen van de zilverplevier aangewezen als European Marine site en SSSI. Voor het realiseren van een gunstige staat van instandhouding van deze vogelsoort is het behoud van ‘atlantische schorren’ van groot belang. In de bestuursafspraken voor dit gebied wordt onder andere ingezet op het behoud van het habitattype ‘atlantische schorren’. De zilverplevier foerageert en rust voornamelijk op de schorren. Daarom is het verboden om zonder goedkeuring dit gebied (te laten) begrazen of een wijziging aan te brengen in het begrazingsbeheer. In de onderliggende bestuursafspraken is uiteengezet dat begrazing – onder bepaalde voorwaarden - significante effecten kan hebben op het habitattype ‘atlantische schorren’. Een ander voorbeeld vormt het verbod op landaanwinning zonder voorafgaande toestemming van NE.7
Artikel 19, CHSR 2010 bevat een meldingsplicht voor activiteiten met mogelijke verslechterende of significant verstorende effecten op kwalificerende habitats en soorten in European sites die ook zijn aangewezen als SSSI. In beginsel kan NE de uitvoering van een dergelijke activiteit alleen goedkeuren indien geen sprake is van (mogelijke) significant verstorende effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van een European site.8 Deze meldingsplicht staat los van de ‘nationale’ verplichting om een OLDSIs op te stellen. In de praktijk zijn, als gevolg van de afstemming tussen nationale en internationale natuurdoelen, activiteiten die meldingsplichtig zijn op basis van de CHSR 2010 opgenomen op een OLDSIs.9 Iedere melding van een activiteit met mogelijke verslechterende of significant verstorende effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende natuurwaarden moet door NE worden onderworpen aan een habitattoets. Dit heeft tot gevolg dat het beschermingsregime voor SSSI’s ‘automatisch’ voldoet aan de eisen die voortvloeien uit de Vrl en de Hrl. In beginsel kan NE alleen goedkeuring verlenen aan activiteiten die geen significant verstorende effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken European site.