De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/1.3.3.2:1.3.3.2 Tot wie kan of moet de benadeelde zich met zijn verzoek om schadevergoeding richten?
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/1.3.3.2
1.3.3.2 Tot wie kan of moet de benadeelde zich met zijn verzoek om schadevergoeding richten?
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS393607:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De invalshoek van dit boek is, zoals reeds eerder opgemerkt, een praktische. Dat betekent dat de eerste vraag die aan de orde moet komen die naar de door de benadeelde aan te spreken partij of partijen zal moeten zijn. Als aansprakelijke en benadeelde in verschillende landen woonplaats hebben, ligt het in beginsel voor de hand dat de benadeelde zijn aanspraken in het buitenland geldend zal moeten maken. Dankzij het groenekaartstelsel en de structuren van de '4e Richtlijn' staan hem echter wegen in eigen land ter beschikking. Onderzocht wordt wie de benadeelde kan aanspreken en aan welke voorwaarden daarvoor moet zijn voldaan.
Uitgangspunt bij de bespreking van deze vraag is de wetgeving van de EU.
Op de vraag wie de benadeelde kan of moet aanspreken en aan welke voorwaarden daarvoor moet zijn voldaan, zal een antwoord volgen dat verschilt naar gelang de feitelijke constellatie van het ongeval. Niet alleen gaat het daarbij om de vraag of de bezoeker aansprakelijke of juist benadeelde is, maar ook of het aansprakelijke voertuig afkomstig is uit een lidstaat van de EU, uit een ander land dat bij het groenekaartstelsel is aangesloten of uit een derde land. Als de benadeelde zelf de bezoeker is van een ander land dan dat van zijn woonplaats, is evenzeer van belang of het land van het ongeval een lidstaat is of een derde land en bovendien wat de herkomst is van het aansprakelijke voertuig, alsmede in welk land dat voertuig verzekerd is. Bovendien is van belang of het aansprakelijke voertuig verzekerd was ten tijde van het ongeval, een vraag die op haar beurt ook weer moet worden bezien in samenhang met die naar het land waar het ongeval plaatsvond. Een ander antwoord op elk van deze vragen leidt tot een ander antwoord op de vraag wie de benadeelde kan aanspreken, of tot de toepasselijkheid van andere voorwaarden, tot een andere 'beslisboom' zo men wil.
Naast de EU-wetgeving zal hoofdzakelijk Nederlands recht worden onderzocht, waarbij de vraag is, hoe de Nederlandse wetgever de verplichtingen uit hoofde van de Europese regels heeft omgezet in nationaal recht. Hierbij moet vooral worden gedacht aan de Wam en aan de Wft.
Ten slotte zal aandacht worden besteed aan de rol die de overeenkomsten tussen (vooral) de Bureaus en tussen de schadevergoedingsorganen en de waarborgfondsen in dit verband spelen.