De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/1.3.3.3:1.3.3.3 Op welke bescherming kan de benadeelde aanspraak maken?
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/1.3.3.3
1.3.3.3 Op welke bescherming kan de benadeelde aanspraak maken?
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS401851:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is vastgesteld wie de benadeelde tot vergoeding van schade kan aanspreken, dan komt de vraag aan de orde waarop hij aanspraak kan maken.
Dit is een vraag die een breed terrein kan beslaan, waarvan slechts een deel het voorwerp van deze studie uitmaakt. Zo wordt het aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht, dat uiteindelijk voor de benadeelde ongetwijfeld het meest van belang is, niet besproken. Evenmin worden vragen van IPR, met name rond het toepasselijk recht, behandeld.
Bij de in mijn onderzoek centraal staande vraag op welke bescherming de benadeelde aanspraak kan maken, moet worden gedacht aan de verzekeringskant: welke verzekeringsdekking dient het aansprakelijke voertuig te hebben? Welke bedragen moeten zijn verzekerd, welke schadeposten moeten zijn gedekt en welke dekkingsbeperkingen en -uitsluitingen zijn toegestaan en kunnen aan de benadeelde worden tegengeworpen? Welke partijen zijn verzekerd en wie kwalificeert als benadeelde?
Een verdere beperking van het onderzoeksterrein is echter uit praktische overwegingen noodzakelijk. De Nederlander die al dan niet gemotoriseerd de grens overgaat kan - zelfs als hij binnen het gebied van het groenekaartstelsel blijft - al met 44 andere rechtsstelsels worden geconfronteerd. Blijft hij binnen het gebied dat door de Richtlijn wordt beheerst, dan spreken wij nog altijd over 29 rechtsstelsels, Nederland niet meegeteld. Een enigszins volledige bespreking van de hier gestelde vragen voor al deze nationale stelsels leidt tot een onaanvaardbare omvang.
De invalshoek - en daarmee de beperking - zal, evenals als bij de vraag welke partijen de benadeelde kan aanspreken, de wetgeving van de EU zijn. Deze beperking is gerechtvaardigd: de wetgeving van de EU harmoniseert in toenemende mate het recht dat de verzekeringsdekking - beter: de bescherming - van benadeelden van ongevallen in het wegverkeer beheerst. Dat betekent dat de wetgeving van dertig landen - naar de stand van zaken op 1 januari 2010 - aan de minimumnormen van de Richtlijn dient te voldoen.
Evenals bij de bespreking van de eerste onderzoeksvraag zal, naast de wetgeving van de EU, de Nederlandse wetgeving, de Wam, worden besproken. Nagegaan wordt daarbij hoe de Europese wetgeving is omgezet in nationaal recht. En ook zullen hier de overeenkomsten tussen de Bureaus en de schadevergoedingsorganen en waarborgfondsen aan de orde komen.