Afscheid van de klassieke procedure?
Einde inhoudsopgave
Afscheid van de klassieke procedure (NJV 2017-1) 2017/III.1.3.4:III.1.3.4 De strafdoelen
Afscheid van de klassieke procedure (NJV 2017-1) 2017/III.1.3.4
III.1.3.4 De strafdoelen
Documentgegevens:
J.H. Crijns en R.S.B. Kool, datum 08-06-2017
- Datum
08-06-2017
- Auteur
J.H. Crijns en R.S.B. Kool
- JCDI
JCDI:ADS301946:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De thematiek van dit preadvies heeft ook raakvlakken met de verschillende theorieën ter rechtvaardiging van de straf. Veelal worden deze onderscheiden in de zogenoemde retributieve theorieën (waarin met name de behoefte aan vergelding de rechtvaardiging van de straf vormt) en de zogenoemde consequentialistische theorieën (waarin met name de speciaal- en generaal-preventieve werking en/of de resocialiserende werking van de straf centraal staan). Deze twee groepen van theorieën komen vervolgens weer samen in de verschillende theorieën die geschaard kunnen worden onder de zogenoemde verenigingstheorieën.1 Doorgaans richt het debat over deze theorieën ter rechtvaardiging van de straf zich op bestraffing door de rechter. In de loop van ons preadvies zullen wij betogen dat de verschillende theorieën ter rechtvaardiging van de straf ook een nadrukkelijker rol zouden moeten spelen binnen het buitengerechtelijk spoor. Het enkele feit dat een strafbaar feit ‘wordt afgedaan’ is naar onze mening niet voldoende. Nadrukkelijker dient de vraag te worden gesteld wat men beoogt en/of bereikt met de wijze van afdoening binnen het buitengerechtelijk spoor en hoe dit zich verhoudt tot de verschillende theorieën ter rechtvaardiging van de straf. Met het oog op de omvang van dit preadvies zullen wij in het navolgende evenwel geen zelfstandige bijdrage leveren aan het debat over de straftheorieën zelf en de vraag hoe deze zich tot elkaar verhouden.2