De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/3.3.4.14:3.3.4.14 Het wettelijke convocatierecht van aandeel- en certificaathouders, pandhouders en vruchtgebruikers
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/3.3.4.14
3.3.4.14 Het wettelijke convocatierecht van aandeel- en certificaathouders, pandhouders en vruchtgebruikers
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649698:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de paragrafen 3.3.4.1 tot en met 3.3.4.13 ging het over het agenderingsrecht dat aandeel- en certificaathouders, pandhouders en vruchtgebruikers op grond van art. 2:114a/224a BW hebben. Dit betreft een ‘los’ agenderingsrecht. Ik bedoel daarmee dat het een agenderingsrecht is dat los van een bijeenroepingsbevoegdheid bestaat. Het vormt een uitzondering op het uitgangspunt dat degene die bijeenroept volledig autonoom de agenda voor de bijeen te roepen vergadering bepaalt.
Als gezegd zijn het bestuur en de rvc bevoegd om een algemene vergadering bijeen te roepen, zie par. 3.3.1. Deze bevoegdheid kan in de statuten ook aan anderen worden toegekend (art. 2:109/219 BW). Daarnaast kunnen aandeel- en certificaathouders, pandhouders en vruchtgebruikers die aan bepaalde voorwaarden voldoen (waarover par. 5.5.2) het bestuur en de rvc verzoeken een algemene vergadering bijeen te roepen (art. 2:110/220 BW). Bij het bijeenroepingsverzoek dienen zij de te behandelen onderwerpen (de agenda dus) op te geven. Gaan het bestuur en de rvc niet over tot bijeenroeping van de verzochte vergadering, dan kunnen de verzoekers de voorzieningenrechter vragen om een machtiging tot bijeenroeping (art. 2:111/221 BW). Wordt de machtiging verleend dan kan op basis daarvan door de verzoekers worden overgegaan tot bijeenroeping van de vergadering. De agenda voor deze vergadering dient in lijn te zijn met hetgeen de voorzieningenrechter in de machtiging bepaalde. De gemachtigden kunnen niet nog naar eigen inzicht andere onderwerpen aan de agenda toevoegen.
Aandeel- en certificaathouders, pandhouders en vruchtgebruikers hebben op grond van de wet dus niet alleen het losse agenderingsrecht van art. 2:114a/224a BW. In het convocatierecht van art. 2:110 en 2:111/220 en 221 BW ligt als het ware ook een agenderingsrecht besloten. Hetgeen ik in par. 3.3.4.1 en par. 3.3.4.3 tot en met 3.3.4.13 schreef ten aanzien van het agenderingsrecht van art. 2:114a/224a BW geldt, mutatis mutandis, ten aanzien van het wettelijke convocatierecht. Zie over de exacte inhoud van het in art. 2:110 en 2:111/220 en 221 BW bepaalde verder par. 5.5.2.