Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.2.3.6:9.2.3.6 Rechtsvormvereisten; moedermaatschappij en dochtermaatschappij
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.2.3.6
9.2.3.6 Rechtsvormvereisten; moedermaatschappij en dochtermaatschappij
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS400637:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 15 lid 4, onderdeel d en e Wet VPB 1969 bepalen welke maatschappijen als moedermaatschappij respectievelijk als dochtermaatschappij deel kunnen uitmaken van een fiscale eenheid. Voor de moedermaatschappij is dit de NV, BV, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij en voor de dochtermaatschappij is dat de NV of BV. Dit betekent dat bijvoorbeeld een stichting of een open commanditaire vennootschap geen deel kunnen uitmaken van een fiscale eenheid. Voorts is bepaald dat ook lichamen met een bepaalde buitenlandse rechtsvorm deel kunnen uitmaken van een fiscale eenheid (zie ook art. 15 lid 8 Wet VPB 1969 en art. 3 Besluit FE 2003). Voor de in hoofdstuk 9.2.3.5 besproken topmaatschappij en tussenmaatschappij geldt een parallel met de huidige rechtsvormeisen die gelden voor een moedermaatschappij, respectievelijk dochtermaatschappij binnen een fiscale eenheid (zie ook art. 15 lid 5 en lid 6 voor de definities en eisen aan de tussen- en topmaatschappij).