Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/3.4.b
3.4.b Strafbaar feit
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS603457:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Aldus ook Feteris 2002, p. 127 en Trechsel 2005, p. 363; de onduidelijke uitspraak CRM 19 maart 2010, 1572/2007 (Mathioudakis/Griekenland) doet m.i. aan deze door velen getrokken conclusie niet af.
General Comment 2007/32, onderdeel 15; Feteris 2002, p. 114; Nowak 2005, p. 318.
CRM 26 juli 1993, nr. 450/1991 (I.P./Finland); CRM 2 november 2004, nr. 954/2000, (Minogue/Australië); CRM 28 oktober 2005, nr. 1323/2004 (Lozano Aráez e.a./Spanje); de cryptische formulering van onderdeel 46 van General Comment 2007/32 doet hieraan m.i. niet af.
ECRM 2 september 1993, nr. 17571/90, (Borrelli/Zwitserland); ECRM 12 oktober 1994, nr. 19853/92 (Sjörström/Zweden); ECRM 16 april 1998, nr. 30993/96 (Demel/Oostenrijk); EHRM 31 juli 2007, nr. 65022/01 (Zaicevs/Letland); EHRM 30 maart 2010, nr. 12607 (Zeltkov/Rusland).
Zie bijv. EHRM 15 november 2007, nr. 26986/03 (Galstyan/Armenië); EHRM 17 juli 2008, nr. 33268/03 (Ashughyan/Armenië).
Zo ook Krabbe 2004, p. 189; Trechsel 2005, p. 363; Van Dijk, Van Hoof e.a. 2006, p. 971-972; Grabenwarter 2014, p. 429.
Zie EHRM (GK) 23 november 2006, nr. 73053/01, AB 2007/51 m.nt. Barkhuysen & Van Emmerik; BNB 2007/150, m.nt. Feteris (Jussila/Finland); zie ook Trechsel 2005, p. 18 & 27-31; Van Dijk, Van Hoof e.a. 2006, p. 555.
De tweede eis betreft het karakter van de veroordeling, dit moet strafrechtelijk zijn. Algemeen aanvaard is dat de betekenis van de term crime uit artikel 14 lid 5 IVBPR niet volledig samenvalt met de wijze waarop gedragingen of feiten in een staat worden gekwalificeerd. De term crime uit lid 5 heeft dezelfde autonome betekenis als de term criminal uit het eerste lid van artikel 14 IVBPR.1 Bij de uitleg van die termen lijken de nationale classificatie van het feit, de aard van de overtreding en de aard en ernst van de sanctie relevant.2
Hoewel algemene overwegingen van het Comité ontbreken, wijzen verschillende oordelen in deze (met het EVRM vergelijkbare) richting.3
De uitleg van criminal offence in artikel 2P7 EVRM is niet anders dan de uitleg die wordt gegeven aan de term criminal uit artikel 6 EVRM. Ten eerste is het toepassingsbereik van het recht op beroep niet ruimer dan artikel 6 EVRM.4 Ten tweede geldt dat “where an offence is found to be of a criminal character attracting the full guarantees of Article 6 of the Convention, it consequently attracts also those of Article 2 of Protocol No. 7”.5 Het toepassingsbereik van artikel 2 P7 EVRM loopt in ‘crimineel’ opzicht dus uitdrukkelijk parallel aan het recht op een eerlijk proces.6
Daaruit volgt dat niet reeds in de term criminal offence uit artikel 2P7 EVRM een uitsluiting van zeer lichte strafbare feiten ligt besloten. Deze term ziet niet alleen op zware strafbare feiten of strafbaarstellingen, een dergelijke uitleg wordt in het kader van artikel 6 EVRM namelijk ook niet gegeven.7 Wat betreft artikel 14 lid 5 IVBPR is dit mogelijk anders, zie daarover paragraaf 5c.