Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/2.5.2
2.5.2 Vrijheid van dienstverrichting
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS398402:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn 90/618/EEG van de Raad van 8 november 1990 tot wijziging, met name wat de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen betreft, van Richtlijn 73/239/EEG en Richtlijn 88/ 357/EEG tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, PbEG 1990, L 330/44.
Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en de uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II), Pb. 2009, 1335/1. Met deze richtlijn worden de volgende eerdere richtlijnen vervangen: Eerste Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan (3), Pb. L 228/3; Richtlijn 78/473/EEG van de Raad van 30 mei 1978 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen op het gebied van de communautaire co-assurantie (4), Pb. L 151/25; Richtlijn 87/344/EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering (5), Pb. L 185/77; Tweede Richtlijn 88/357/EEG van de Raad van 22 juni 1988 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, tot vaststelling van bepalingen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het vrij verrichten van diensten, Pb. L 172/1; Richtlijn 92/49/ EEG van de Raad van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche (derde richtlijn schadeverzekering), Pb. L 228/1; Richtlijn 98/78/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 1998 betreffende het aanvullend toezicht op verzekeringsondernemingen in een verzekeringsgroep, Pb. L 330/1; Richtlijn 2001/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 betreffende de sanering en de liquidatie van verzekeringsondernemingen, Pb. L 110/28; Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering, Pb. L 345/1; en Richtlijn 2005/68/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2005 betreffende herverzekering, Pb. L 323/1. De richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op haar publicatie in het Publicatieblad; verschillende bepalingen moeten echter op verschillende momenten in nationale wetgeving zijn omgezet en worden toegepast. Zie daarvoor art. 309 en 311.
In een gemeenschappelijke markt, waarnaar de EEG streeft, past dat de burger zijn risico's ook over de landsgrenzen heen kan onderbrengen. Hij moet zich dus kunnen verzekeren bij een verzekeraar die is gevestigd in een andere lidstaat dan die van zijn woonplaats. Dit principe, dat al eerder voor andere verzekeringsvormen gold, moet ook worden toegepast op de verplichte motorrijtuigverzekering.
Bij deze verzekeringsvorm, die vooral slachtofferbescherming tot doel heeft, ontstaat daarbij een probleem: hoe kunnen de belangen van de benadeelde veilig worden gesteld? Hoe kan de benadeelde eenvoudig schadevergoeding verkrijgen, ook bij ongevallen in de eigen lidstaat, veroorzaakt door een voertuig dat ook gewoonlijk in die lidstaat is gestald, terwijl de verzekeraar gevestigd is in een andere lidstaat?
Richtlijn 90/618/EEG van 8 november 19901 regelt deze materie. Vrijheid van dienstverrichting wordt ook voor de verplichte motorrijtuigverzekering mogelijk gemaakt. De belangen van de benadeelden worden veilig gesteld door dienstverrichtende verzekeraars te verplichten zich aan te sluiten bij het Bureau van de lidstaat van dienstverrichting, bij te dragen aan de financiering van het waarborgfonds en een schadeafhandelaar in die lidstaat aan te stellen. Deze laatste moet de verzekeraar, ook in rechte, kunnen vertegenwoordigen.
Inmiddels zijn de verschillende richtlijnen op het gebied van de toegang tot de verzekeringsmarkt vervangen door een nieuwe (gecodificeerde) Richtlijn, die ik hierna zal aanduiden als 'Richtlijn Solvency II2