Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/2.1:2.1 Inleiding
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197388:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit ontleen ik aan Riza Çoban 2004, p. 124.
De totstandkoming van artikel 1 Eerste Protocol is onder meer beschreven door Van Banning 2002, p. 64-78, Riza Çoban 2004, p. 127-137 en Schutte 2004, p. 16-22.
Zie Bates 2010, p. 33-43 voor een uitgebreide beschrijving van de geschiedenis van het denken over mensenrechten tijdens de Tweede Wereldoorlog en de ontwikkelingen nadien.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 4 november 1950 is door de ministers van buitenlandse zaken van de lidstaten van de Raad van Europa het EVRM ondertekend. Tot spijt van velen die waren betrokken bij het opstellen van het verdrag ontbrak een eigendomsgrondrecht in het EVRM. Dit mag opmerkelijk genoemd worden. Het eigendomsrecht in een van de klassieke grondrechten en was bijvoorbeeld al opgenomen in de Amerikaanse Bill of Rights en de Franse Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen uit 1789. Ook was er plaats voor het eigendomsrecht in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. Het was de opstellers van het EVRM evenwel niet gelukt om overeenstemming te bereiken over de formulering van het recht op eigendom. Er gingen vervolgens nog 16 maanden overheen alvorens consensus werd bereikt over de tekst van het eigendomsrechtartikel. Vragen waarover de mening van de opstellers uiteen liepen, waren:1
Moet het eigendomsrecht alleen betrekking hebben op persoonlijke bezittingen of ook op andere rechten die een persoon kan verkrijgen.
Zijn Staten bevoegd om eigendom te ontnemen, en zo ja onder welke voorwaarden?
Moeten Staten een vergoeding betalen als eigendom wordt ontnomen?
Geldt een recht op vergoeding alleen voor buitenlanders die worden onteigend of ook voor onderdanen?
Onder welke voorwaarden mag eigendom worden gereguleerd?
Op 20 maart 1952 was het dan toch zover: op die dag werd in Rome het Eerste Protocol ondertekend, met daarin onder meer het recht op ongestoord genot van eigendom. Er waren toen al bijna drie jaar verstreken sinds de werkzaamheden aan een Europees mensenrechtenverdrag een aanvang namen.
In dit hoofdstuk kijk ik naar de totstandkomingsgeschiedenis van de tekst van artikel 1 Eerste Protocol om te achterhalen hoe de verdragsopstellers de verhouding tussen belastingheffing en het recht op eigendom zagen.2 Dit is nog steeds een gevoelig onderwerp. Ik merk bij voorbaat op dat deze oorspronkelijke opvattingen van beperkt belang zijn voor hoe het eigendomsgrondrecht thans wordt uitgelegd, maar dat geldt voor alle EVRM-bepalingen.
Het EHRM beschouwt het verdrag als een ‘living instrument’ dat dynamisch moet worden uitgelegd (zie par. 3.3 en 5.3). Hierdoor is het EHRM in staat om pas te houden met maatschappelijke, technologische, sociale, politieke en rechtsontwikkelingen. Hoewel opvattingen uit 1949-1952 niet meer erg relevant zijn voor de huidige uitleg van artikel 1 Eerste Protocol, is het nog steeds waardevol om ervan kennis te nemen. Veel van de vragen waarvoor de opstellers van het verdrag zich gesteld zagen (bijvoorbeeld: waar ligt de grens tussen belastingheffing en confiscatie?) zijn nog steeds actueel. In de volgende paragraaf schets ik kort de politieke ontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog, tegen welke achtergrond de oprichting van de Raad van Europa en de bescherming van mensenrechten in Europees verband moeten worden bezien.3