Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/9.2.5
9.2.5 Meerdere mogelijke actoren bij een schadegeval
mr. J.T. Hiemstra, datum 01-07-2018
- Datum
01-07-2018
- Auteur
mr. J.T. Hiemstra
- JCDI
JCDI:ADS367518:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Van den Bergh & Visscher 2009, par. III.1.
Van den Bergh & Visscher 2009, par. III.1. Dit kan uiteraard anders zijn als de schade niet door een gebrek in het product is veroorzaakt maar door gebrekkige voorlichting of foutief gebruik van een contractuele tussenpersoon.
Van den Bergh & Visscher 2009, par. III.1; De Geest 1994, p. 366.
Ook beperkingen in financiële middelen kunnen een belemmering vormen; Van den Bergh & Visscher 2009, par. III.1. Denk in Nederland tevens aan de tijdelijke regeling verhaalsrechten.
Van den Bergh & Visscher 2009, par. III.1.
Van den Bergh & Visscher 2009, par. III.1.
Van den Bergh & Visscher 2009, par. III.1.
Van den Bergh & Visscher 2009, par. III.1.
Van den Bergh & Visscher 2009, par. B.2. Hier komt bij dat het voor de gelaedeerde niet altijd duidelijk is of de schade is ontstaan door een defect in het product of door een handeling verderop in de distributieketen.
Vergelijk Parisi 2004, p. 422.
Van den Bergh & Visscher 2009, par. B.2.
De Geest 1994, p. 366.
Van den Bergh & Visscher 2009, par. B.2.
Parisi 2004, p. 423; Van den Bergh & Visscher 2009, par. B.2.
Parisi 2004, p. 422; Van den Bergh & Visscher 2009, par. B.2.
Van den Bergh & Visscher 2009, par. B.2.
Zie ook Visscher 2005, p. 164: ‘Vanuit economisch oogpunt is het duidelijk: degene die de zaak en de daaraan verbonden risico’s het beste kent, is degene die risicoaansprakelijk moet zijn’. Deze opmerking wordt geplaatst in het kader van de vraag of de beheerder of bezitter aansprakelijk zou moeten zijn, maar wijst bij inachtneming van de hele keten van mogelijke gedaagden naar mijn mening naar de producent.
De Geest 1994, p. 366.
Zie ook De Geest 1994, p. 366.
Zie ook De Geest 1994, p. 366.
Hiervoor is uitgegaan van de situatie van één mogelijke claim van de gelaedeerde jegens de laedens. Er zijn echter situaties mogelijk waarin meerdere claims zouden kunnen bestaan jegens verschillende actoren. Neem de hiervoor beschreven aansprakelijkheid voor zaken. Indien een zaak een gebrek vertoont, dan zou een vordering denkbaar zijn jegens de producent van die zaak, jegens de bezitter van die zaak of jegens degene die de zaak aan de gelaedeerde heeft verkocht of heeft gebruikt in een overeenkomst met de gelaedeerde. De vraag is wat in een dergelijke situatie vanuit rechtseconomisch oogpunt wenselijk is.
Hierbij dient voorop gesteld te worden dat het in het kader van het doel van preventie wenselijk is dat door middel van het aansprakelijkheidsrecht prikkels worden gegeven aan de actoren die invloed hebben op de mogelijke schade.1 Zo zal – indien het om een gebrekkig product gaat – in de hiervoor beschreven groep actoren veelal de producent uiteindelijk geconfronteerd moeten worden met de last van de schade die het door hem geproduceerde product heeft veroorzaakt.2 Dit resultaat kan op verschillende manieren bereikt worden: door middel van een directe actie van de gelaedeerde jegens de producent of – indien er sprake is van een contractuele verhouding – via een contractuele vordering jegens de verkoper of de gebruiker van de zaak (of een buitencontractuele vordering jegens de bezitter) en regres van die partij op de producent. Aan beide mogelijkheden kleven enkele voor- en nadelen.
Een voordeel van een directe actie jegens de producent in vergelijking met meerdere (al dan niet contractuele) vorderingen zou de mogelijke besparing van administratieve kosten kunnen zijn.3 Zoals reeds naar voren kwam, is het wenselijk de systeemkosten te optimaliseren. Of het bestaan van enkel een directe actie hiertoe leidt, is niet met zekerheid te stellen aangezien een enkele procedure niet per definitie goedkoper is dan meerdere procedures. Dit komt bij de bespreking van de nadelen verder aan bod.
Een ander voordeel is dat een directe actie de zekerheid zou kunnen vergroten dat de gewenste prikkel daadwerkelijk tot uiting komt.4 Immers, voor het tot uiting komen van de prikkel bij het bestaan van contractuele vorderingen is regres vereist en een regresvordering kan belemmerd worden door een contractuele exoneratie. Dit is niet aan de orde bij een directe claim aangezien de producent zich niet kan exonereren jegens de gelaedeerde (met wie hij geen contractuele verhouding heeft). Verderop in deze paragraaf komt echter aan de orde dat het bestaan van dergelijke exoneraties niet per definitie bezwaarlijk is en dat desondanks een optimale situatie bereikt kan worden.
Er kleven ook nadelen aan (het bestaan van enkel) een directe actie. De vraag is of het bestaan van een directe actie inderdaad tot lagere kosten leidt en de zekerheid vergroot dat de gewenste prikkel tot uiting komt. Mogelijk is namelijk dat het bezwaarlijk is voor de gelaedeerde om een dergelijke actie met het oog op de kosten ervan te initiëren.5 Betoogd kan worden dat de stap naar de onbekende producent groter is dan de stap naar de directe wederpartij; die stap behelst in geval van bijvoorbeeld koop simpelweg het teruggaan naar de winkel (hetgeen niet alleen eenvoudiger, maar ook goedkoper is).6 Ook kan het voor de producent lastiger zijn dan voor bijvoorbeeld de verkoper om invloed uit te oefenen op mogelijk te ontstaan moreel risicogedrag van de consument ten aanzien van het gebruik van het product.7 Immers, de afstand tussen de verkoper en consument is doorgaans kleiner dan tussen de producent en consument en de verkoper heeft de mogelijkheid het risico te beheersen door middel van het verstrekken van geïndividualiseerde informatie ten aanzien van het (correcte) gebruik van het product.8
Een alternatief voor de directe actie is dat ook andere actoren in de distributieketen aansprakelijk zijn, dus niet alleen de producent maar ook bijvoorbeeld de verkoper, gebruiker en bezitter van de zaak. Een voordeel hiervan is dat de gelaedeerde meer verhaalsmogelijkheden heeft voor de geleden schade en de meest gemakkelijke route en/of meest solvente actor kan kiezen.9 Vanuit economisch oogpunt is dit (enkel) een wenselijk systeem indien het prikkels voor de actor die verantwoordelijk is voor de schade(veroorzakende eigenschap van de zaak) onaangetast laat. Dit zou bewerkstelligd kunnen worden via regresvorderingen.10 De gelaedeerde kan dan de voor hem kortste weg kiezen naar de verkopen/gebruiker/bezitter van de zaak, waarna deze actor de schade zal verhalen op de producent van de zaak.11 De voordelen hiervan zijn duidelijk: de gelae deerde heeft een gemakkelijke en (doorgaans) niet-kostbare verhaalsmogelijkheid tot zijn beschikking en de producent krijgt desalniettemin de prikkel om zaken van toereikende kwaliteit op de markt te brengen.
Er kleven echter ook meerdere nadelen aan, die hiervoor al aan de orde kwamen. In de eerste plaats kunnen de administratieve kosten hoger zijn dan bij het bestaan van enkel een directe actie.12 Tevens bestaat de mogelijkheid voor de producent en andere personen in de distributieketen om de aansprakelijkheid uit te sluiten door middel van een exoneratiebeding, hetgeen het nemen van regres kan belemmeren.13 Hierdoor bestaat het risico dat de schade blijft liggen bij een actor die niet verantwoordelijk is voor het gebrek. Dit is echter niet per definitie bezwaarlijk aangezien een exoneratiebeding uiteindelijk een risicotransfer behelst en dit derhalve verdisconteerd kan worden in de prijs en tot een optimale interne allocatie van het risico kan leiden.14 Dit geeft ook een prikkel aan de ‘tussenschakels’ in de keten tussen de producent en de consument, zoals de verkoper of professionele gebruiker, om een betrouwbare producent te kiezen om daarmee de kans op het ontstaan van schade bij de consument en het risico op aansprakelijkheid te verkleinen.15 Dit werkt ook andersom; indien de producent het aansprakelijkheidsrisico draagt, wordt deze ook geprikkeld om de tussenschakels afdoende informatie te verschaffen die deze actoren eventueel door kunnen spelen aan de consument om het schaderisico te verkleinen.16
Bij de vraag wie in de keten uiteindelijk de schade moet dragen, is – zoals gezegd – de belangrijkste factor wie uiteindelijk geprikkeld dient te worden. Dit zal in ieder geval de producent moeten zijn aangezien zijn zorgvuldigheid het meest relevant is voor de minimalisering van de kans op schade door een gebrek in het product.17 Echter, ook andere actoren kunnen invloed hebben op het risico op schade veroorzaakt door een product. Zo kan een verkoper onjuiste of onvolledige informatie verstrekken, een bezitter de zaak niet goed onderhouden en een gebruiker de zaak niet goed gebruiken en/of onderhouden. Een andere relevante factor is wie de cheapest cost insurer is; wie zich, met andere woorden, het goedkoopst tegen de schade kan verzekeren.18 Vermoedelijk is dit tevens de producent, die zich op grote schaal kan verzekeren voor de door hem geproduceerde zaken en wellicht zelfs aan self-insurance kan doen.19 Indien niet de producent maar een andere actor in de keten de cheapest cost insurer is, dan is voornoemde risicotransfer (met aanpassing van de prijs) wenselijk.20