Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/I.D.2
I.D.2. De mandaatgedachte bij Cappon
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS404933:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
C.M. CAPPON, De opkomst van het testament in het Sticht Utrecht (diss. Amsterdam UvA), Deventer: Kluwer 1992, p. 224 en 245.
C.M. CAPPON, De opkomst van het testament in het Sticht Utrecht (diss. Amsterdam UvA), Deventer: Kluwer 1992, p. 223. Interessant is ook hetgeen waar FISCHER ons uitdrukkelijk op wijst: 'Deze nadering tot het ''echte'' testament is vooral veroorzaakt door de onder VIII beschreven executele, waaronder hier niet alleen is te verstaan de aanstelling van buitenstaanders tot executeuren met overdracht aan hen van de saisine, doch ook de aan de erven gedane opdracht tot het uitvoeren van schenkingen na den dood van erflater. Door den tussenschakel der executele toch kwam de beschikking zeer dicht bij een eenzijdige handeling, omdat de begiftigden in den regel bij de aanstelling van executeurs niet aanwezig waren en daarbij geen partij waren, doch veelal eerst na des schenkers dood van diens giften vernamen.', De voorgeschiedenis van het testament in Nederland, Het testament, Arnhem: Gouda Quint 1951, p. 33.
C.M. CAPPON, De opkomst van het testament in het Sticht Utrecht (diss. Amsterdam UvA), Deventer: Kluwer 1992, p. 245. Zie ook ASSER-HARTKAMP 4-1, De verbintenis in het algemeen, Deventer: Kluwer 2004, nr. 47, waar verwezen wordt naar de vierledige indeling van de Instituten van Justianus: 'ex contractu, quasi ex contractu, ex maleficio en quasi ex malefi-cio (I 3,13, 2)'.
Deze mandaatgedachte bij executele draagt reeds oude wortels. Cappon1 heeft hier in zijn dissertatie over de opkomst van het testament in het sticht Utrecht, op gewezen. Bij hem komen we bijvoorbeeldde term 'mandatum speciale' tegen als onderdeel van de executeurbenoeming waarbij, via een zogeheten bevoegdhedenclausule, de executeur in de Middeleeuwen beschikkingsbevoegdheid werd gegeven over de goederen van de nalatenschap. Het begrip 'mandatum speciale' is vertaald met 'bijzondere opdracht'.2 Cap-pon3 voert ook de visie van Auffroy ten tonele, die in een studie over de ontwikkeling van het testament in Frankrijk tot en met de dertiende eeuw, exe-cutele omschreef als een 'mandat posthume'. De executeur werd beschouwd als een posthume lasthebber. De lastgeving kwam tot standbij het overlijden van de erflater:de lastgever. In het testament wordt de executeur bekleed met zijn bevoegdheden en verplichtingen. Cappon concludeert dat Auffroy bij het ontwikkelen van deze visie mogelijk geïnspireerdwerd door het Justiaan-se 'mandatum post obitum'. Een mandatum post obitum was een overeenkomst van lastgeving waarbij de verrichtingen die het doel waren van de overeenkomst, pas na het overlijden van een partij dienden te worden uitgevoerd. Een interessante gedachte.