Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.2.4.3
6.2.4.3 Verhaal van de correspondent op het 'regelend' Bureau
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS399544:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de juridische positie van de benoemde correspondent en met name zijn dubbele vertegenwoordigingsverhouding par. 4.5.7.2. Tussen de correspondent en het 'regelend' Bureau vinden geen financiële transacties plaats naar aanleiding van de behandeling van het schadegeval. De correspondent 'declareert' rechtstreeks bij de lastgevende verzekeraar.
Zie art. 4 lid 7 van de Internat Regulations.
Zie art. 4 lid 7 van de Internat Regulations.
Zie voor het schaderegelingshonorarium par. 6.2.4.2 onder d).
Zie art. 4 lid 6 van de Internat Regulations.
Het is eerder opgemerkt: de meeste schadegevallen onder het groenekaartstelsel worden niet door de Bureaus zelf afgewikkeld, maar onder hun verantwoordelijkheid door benoemde correspondenten. Dezen treden enerzijds op als lasthebber van de verzekeraar door wie zijn aangesteld om hun groenekaartschaden te behandelen en anderzijds als gevolmachtigde van het Bureau van het land van het ongeval.1
De correspondent dient als lasthebber van de verzekeraar zijn vordering rechtstreeks bij deze in. Het staat verzekeraar en correspondent vrij hun relaties zelf te regelen, vooropgesteld dat de basisprincipes van het groenekaartstelsel geen geweld wordt aangedaan. Zie voor de in acht te nemen grondbeginselen paragrafen 4.5.7.4 en 6.2.4.1.
Ook de correspondent heeft een zelfstandige bevoegdheid (en verplichting) tot het nemen van beslissingen omtrent de omvang van de verplichte dekking, de aansprakelijkheid en eventuele schadevergoeding. De verzekeraar zal hem dienaangaande geen instructies mogen geven. Ook is hij verplicht de benadeelde schadeloos te stellen, waarbij hij deze schadeloosstelling niet afhankelijk mag stellen van de voorafgaande betaling door de verzekeraar die hem heeft aangesteld.
De Internal Regulations laten zich in het algemeen niet uit over de wijze waarop correspondent en verzekeraar hun onderlinge verhoudingen regelen. Onder de voorwaarde dat de hiervoor weergegeven principes en uitgangspunten worden gerespecteerd en in achtgenomen, zijn zij vrij in het regelen van hun onderlinge verhoudingen.2 In één opzicht bevatten de Internal Regulations wel voorzieningen die in zekere zin ingrijpen in de verhoudingen tussen verzekeraar en correspondent, namelijk voor zover de correspondent die een schadegeval met een benadeelde heeft afgewikkeld van de verzekeraar die hem heeft aangesteld geen restitutie ontvangt. Zou dat stelselmatig het geval zijn dan vormt dat een bedreiging voor de effectiviteit van het groenekaartstelsel.
Dat zou er ongetwijfeld toe leiden dat de correspondent zal nalaten de benadeelde uit te betalen, hetgeen deze ertoe zal brengen zijn claim bij het 'regelend' Bureau neer te leggen, tegen welk Bureau hij immers een eigen recht gelden kan maken.
Ook de correspondent kan daarom van de garanties door de Bureaus gebruikmaken, zij het dat hij zich niet rechtstreeks tot het garanderend Bureau kan wenden. Hij moet daartoe het 'regelend' Bureau inschakelen.3
Dat Bureau zal de correspondent vervolgens uitkeren, met als bovengrens de bedragen op grond van de Internal Regulations en met inachtneming van de overige voorwaarden, zoals de betalingstermijn van twee maanden.
Heeft de correspondent bijvoorbeeld een hoger schaderegelingshonorarium afgesproken, dan zal toch vergoeding van het honorarium worden berekend volgens de Internat Regulations: 15% van de hoofdsom met het geldende minimum en maximum.4
Vervolgens wendt het 'regelend' Bureau zich tot het garanderend Bureau, dat het 'regelend' Bureau zal restitueren en vervolgens regres neemt op het nalatige lid.
Denkbaar is ook dat het 'regelend' Bureau op grond van het eigen recht van de benadeelde tegen het Bureau verplicht is de benadeelde zelf schadeloos te stellen, omdat de correspondent daartoe niet overgaat.
Denk aan de situatie waarin de correspondent overeenstemming heeft bereikt met de benadeelde over aansprakelijkheid en schadevergoeding, maar wacht met uitkeren totdat de verzekeraar het overeengekomen bedrag aan hem heeft overgemaakt. Weliswaar is dit in strijd met de regel dat restitutie aan de verzekeraar eerst kan worden gevraagd nadat de benadeelde schadeloos is gesteld, maar de praktijk leert dat dit voorkomt. In dat geval kan de benadeelde, die niet langer wil wachten, zich op grond van het eigen recht tot het Bureau wenden.
Ook in dat geval wendt het 'regelend' Bureau zich rechtstreeks tot het garanderend Bureau en niet tot de verzekeraar die de correspondent heeft aangesteld. Het kan dan de bedragen terugvorderen die het aan de benadeelde heeft betaald, derhalve de aan deze uitgekeerde schadeloosstelling en eventuele kosten.5 Bepalend zijn dan de regels van de Internal Regulations en niet de door de correspondent met de verzekeraar overeengekomen condities omtrent restitutie. Heeft de correspondent bedongen dat hij - in afwijking van de Internal Regulations - in rekening courant met de verzekeraar afrekent, dan wel dat de restitutietermijn geen twee, maar drie maanden is, dan geldt voor de vordering van het 'regelend' Bureau op het garanderend Bureau toch de twee maandstermijn van de Internal Regulations. Ook is de vertragingsrente van 12% na deze twee maanden verschuldigd en kan het 'regelend' Bureau zich met een pro forma Guarantee Cali tot het garanderend Bureau wenden.