Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/4.5.5
4.5.5 Artikel 843a Rv
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708291:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Verstijlen, TvI 2010/33.
Van Andel & Van Zanten 2013, p. 47.
HR 18 februari 2000, NJ 2001/259 (News International c.s./ABN AMRO).
Rechtbank Rotterdam (vzr.) 24 juni 2009, JOR 2009/308.
HR 10 juli 2015, NJ 2016/50 (Schietincident Alphen a/d Rijn), r.o. 3.6.5 t/m 3.6.7. Zie hierover ook Sijmonsma 2017, par. 8.4.
HR 10 juli 2015, NJ 2016/50 (Schietincident Alphen a/d Rijn), r.o. 3.6.4.
HR 18 februari 2000, NJ 2001/259 (News International c.s./ABN AMRO), r.o. 4.1.4. Zie nadien Kamerstukken II 1999/00, 26855, nr. 5, p. 78-79.
‘Het lijkt mij echter niet bij voorbaat uitgesloten dat een schuldeiser van een failliete vennootschap die de bestuurder van die vennootschap uit onrechtmatige daad wil aanspreken met zijn vordering tot inzage ex art. 843a Rv tegen de curator succesvol zal zijn.’ Conclusie A-G Timmerman voor HR 8 april 2016, JOR 2016/180 (Schmitz q.q./Aerts Europe), par. 3.13.
HR 8 april 2016, JOR 2016/180 (Schmitz q.q./Aerts Europe), r.o. 3.6.
Zie bijvoorbeeld Rechtbank Den Haag 17 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1029.
Voor een uitgebreide bespreking van de voorwaarden zij verwezen naar Sijmonsma 2017, hoofdstuk 7 en 8. De afwijzingsgronden worden besproken in hoofdstuk 11. Een uitspraak waarin de vereisten systematisch worden langsgelopen en de voorzieningenrechter de curator veroordeelt om bepaalde bescheiden af te geven aan twee schuldeisers is Rechtbank Amsterdam (vzr.) 11 augustus 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3969.
Rechtbank ’s-Hertogenbosch 14 november 2012, JOR 2013/68, m.nt. Ekelmans. In zijn annotatie onder de uitspraak stelt J. Ekelmans terecht dat het niet logisch is dat de rechtbank de vordering heeft toegewezen op grond van artikel 843a Rv, omdat de inzage niet zag op bepaalde bescheiden, maar op de volledige administratie.
Rechtbank Rotterdam (vzr.) 18 februari 2022, JOR 2022/161, r.o. 4.11 t/m 4.14.
HR 21 december 2001, JOR 2002/37 (Lunderstädt/De Kok c.s.), r.o. 3.4.4 en 3.4.5.
Rechtbank Rotterdam (vzr.) 19 april 2019, JOR 2019/260, m.nt. Bijloo, r.o. 4.8. Zie ook de annotatie van Bijloo onder deze uitspraak.
Wenst een schuldeiser informatie van de curator om rechten jegens derden geldend te maken, dan kan hij een exhibitievordering instellen op grond van artikel 843a Rv. Dat deze mogelijkheid bestond, was ten tijde van het faillissement van Jomed nog niet duidelijk. Verstijlen stelde in 2010 dat een schuldeiser buiten het kader van artikel 3:15j BW geen rechtmatig belang als bedoeld in artikel 843a Rv heeft.1 In 2013 stelden Van Andel en Van Zanten dat een beroep op artikel 843a Rv alleen kan worden gehonoreerd binnen de grenzen die gelden voor artikel 69 Fw.2
De Hoge Raad oordeelde nog in 2000 dat op grond van artikel 843a Rv geen inzage, afschrift of uittreksel gevorderd kan worden van derden die geen partij zijn bij de gestelde rechtsbetrekking.3 Deze eis werd in 2009 ook door de voorzieningenrechter bij de rechtbank Rotterdam gesteld in een faillissementssituatie.4 In de memorie van toelichting bij de aanpassing van artikel 843a Rv in 2011 is duidelijk gemaakt dat ook een vordering ingesteld kan worden tegen een (rechts)persoon die geen partij is bij de rechtsbetrekking waarover het gaat in artikel 843a Rv.5 De Hoge Raad heeft dit in 2015 bevestigd.6 In datzelfde arrest overwoog de Hoge Raad dat ook een verbintenis uit de wet kan worden aangemerkt als rechtsbetrekking in de zin van artikel 843a Rv,7 terwijl de Hoge Raad dat in 2000 nog in het midden liet.8
Mede naar aanleiding van deze verruimingen van artikel 843a Rv deed A-G Timmerman in zijn conclusie voor Schmitz q.q./Aerts Europe de voorzichtige suggestie dat artikel 843a Rv een grondslag biedt om informatie op te vragen bij de curator om een bestuurder aansprakelijk te stellen op grond van onrechtmatige daad.9 In een overweging ten overvloede is de Hoge Raad minder voorzichtig. De Hoge Raad stelt onomwonden dat een schuldeiser die informatie wenst te ontvangen van de curator om een vordering in te stellen tegen een derde, een vordering kan instellen op grond van artikel 843a Rv.10 Een vordering op grond van artikel 843a Rv kan ook worden ingesteld om een rechtsbetrekking met de boedel vast te stellen.11
Uiteraard moet worden voldaan aan de voorwaarden van artikel 843a Rv: degene die de vordering instelt moet (1) een rechtmatig belang hebben bij (2) bepaalde bescheiden (3) aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn. Degene van wie de bescheiden worden gevorderd moet (4) de bescheiden tot zijn beschikking of onder zijn berusting hebben. De vordering wordt op grond van lid 4 afgewezen als daar gewichtige redenen voor zijn of als een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.12 De kosten moeten worden gedragen door degene die inzage verlangt. Een grond voor afwijzing van de vordering kan dus niet zijn gelegen in de kosten die gemoeid zijn met het verlenen van inzage, omdat die kosten vergoed moeten worden aan de boedel.
In 2012 heeft de rechtbank ’s-Hertogenbosch de kosten, in een procedure waarin bestuurders van de failliete vennootschap op grond van artikel 843a Rv inzage kregen in de administratie, gesteld op EUR 75 per dag waarop inzage werd gewenst, EUR 20 per uur waarin inzage werd genomen en EUR 0,10 per kopie. De bestuurders moesten een voorschot van EUR 1.040 betalen.13 In 2022 oordeelde de voorzieningenrechter bij de rechtbank Rotterdam dat ook de tijd die een (voormalig) curator besteedt aan het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel vergoed moet worden. Omdat een redelijk handelend en bekwaam curator vanwege het aansprakelijkheidsrisico dat hij hiermee loopt in beginsel niet vrijwillig zal voldoen aan een verzoek om stukken in verband met een geschil met een derde te verschaffen, komt naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook de tijd die de curator heeft besteed aan het voeren van verweer in de procedure voor vergoeding in aanmerking.14
Het kan zijn dat een schuldeiser stukken opvraagt om te beoordelen of hij een derde aansprakelijk wil stellen, terwijl de curator die derde ook aansprakelijk kan stellen. In Lunderstädt/De Kok c.s. oordeelde de Hoge Raad dat de bevoegdheid van de curator om een dergelijke vordering in te stellen niet exclusief is. Wel kan een behoorlijke afwikkeling van het faillissement met zich brengen dat eerst wordt beslist op de vordering van de curator, voordat de vordering van de schuldeiser wordt beoordeeld.15 Nu deze samenloop niet in de weg staat aan het instellen van een vordering door een individuele schuldeiser en de rechter in de aansprakelijkheidsprocedure maatregelen kan treffen, speelt deze samenloop geen rol bij de beoordeling van de exhibitievordering.16