Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.6.3.1:2.6.3.1 Artikel 4:114 BW: vermoeden vernietiging door erflater
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.6.3.1
2.6.3.1 Artikel 4:114 BW: vermoeden vernietiging door erflater
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859069:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een codicil kan onder meer worden herroepen door het te vernietigen. Is het stuk vernietigd, dan wordt dit vermoed door de erflater te zijn geschied, aldus artikel 4:114 BW. Onwaardigheid is in de gevallen van artikel 4:3 lid 1 sub e BW al lastig te bewijzen. Artikel 4:114 BW maakt dat voor wat betreft de vernietiging van een codicil nog een gradatie moeilijker met een weerlegbaar bewijsvermoeden.
Verbrandt de dader het codicil in de kachel, zoals in de zaak die in paragraaf 1.6.1.4 aan bod is gekomen, dan wordt vermoed dat de vernietiging is geschied door de erflater. Dit bewijsvermoeden komt de slechtgezinde dus tegemoet wanneer hem onwaardigheid boven het hoofd hangt wegens vernietiging van een codicil van de erflater.1 Wordt duidelijk wie, anders dan de erflater, het stuk heeft vernietigd dan wordt onwaardigheid niet voorkomen. Kan de inhoud van het vernietigde codicil daarbij nog worden aangetoond, dan behoudt die inhoud zijn gelding.2