Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/566
Feitelijke aanranding van eerbaarheid, meermalen gepleegd, door sportverzorger bij Groningse voetbalvereniging (art. 246 Sr). 1. Bewijsklachten ontuchtig karakter en opzet. Kan uit bewijsvoering volgen dat verdachte opzettelijk schaamlippen van aangeefster heeft aangeraakt? 2. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 21-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:733
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 mei 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/02308
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:733, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑05‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:358, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑04‑2024
Essentie
Feitelijke aanranding van eerbaarheid, meermalen gepleegd, door sportverzorger bij Groningse voetbalvereniging (art. 246 Sr). 1. Bewijsklachten ontuchtig karakter en opzet. Kan uit bewijsvoering volgen dat verdachte opzettelijk schaamlippen van aangeefster heeft aangeraakt? 2. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02308
Datum 21 mei 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juni 2022, nummer 21-004810-21, in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.