Einde inhoudsopgave
De verklaring voor recht (BPP nr. XVIII) 2015/17
17 De opvattingen van de historische school
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens, datum 23-03-2015
- Datum
23-03-2015
- Auteur
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens
- JCDI
JCDI:ADS394689:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Voetnoten
Voetnoten
Parser 1903, p. 188 e.v. Zie ook Hof Noord-Holland 5 januari 1854, R. Bijbl. 1855, p. 209 en Rb. Maastricht 8 maart 1855, R. Bijbl. 1856, p. 638 en Hof Utrecht 14 september 1857, R. Bijbl. 1858, p. 238.
Kaser en Wubbe 1971, § 80. Zie ook Heirbaut 2005, p. 50.
Heirbaut 2005, p. 306.
Von Savigny 1840, p. 1.
Simshäuser 1965, p. 52.
Von Savigny 1840, p. 5.
Von Savigny 1841, p. 5 en 6.
Jacobs 2005, p. 123.
Von Savigny 1841, p. 17 e.v.
Simshäuser 1965, p. 54 en 55.
Von Savigny 1841, p. 136.
Zie Westenberg 1882, p. 12; J.E. Goudsmit 1866, p. 210 en R. van Boneval Faure 1971, p. 236.
Zie ook Hof Utrecht 14 september 1857, Weekblad van het regt 1913; Hof Noord-Holland 26 juni 1856, Weekblad van het regt 1764; Hof Noord-Holland 8 maart 1855, Weekblad van het regt 1655; Hof Noord-Holland 15 januari 1854, Weekblad van het regt 1538; Hof Noord-Holland 6 januari 1853, Weekblad van het regt 1403; Rb. Maastricht 24 december 1857, Weekblad van het regt 1945; Rb. Breda 16 februari 1875, Weekblad van het regt 3852. Rb. Amsterdam 14 maart 1894, Weekblad van het regt 6540; Rb. Utrecht 8 april 1891, Weekblad van het regt, 6027.
De hiervoor besproken rechtspraak waarin het declaratoire vonnis werd geweigerd omdat het in strijd zou zijn met de aard en het doel van het burgerlijk procesrecht, is volgens Parser sterk beïnvloed door de opvatting over rechtsvorderingen van Duitse rechtswetenschappers van de historische school, met name Von Savigny.1 Von Savigny zette zich met zijn opvatting over rechtsvorderingen af tegen de Romeinsrechtelijke opvatting. In het Romeinse recht bestond geen strikte scheiding tussen procesrecht en materieel recht. De actio – de handeling waarmee de eisende partij de procedure begint – stond bij de Romeinen centraal.2De obligatio – de verbintenis om te geven, doen of na te laten – was verbonden aan de actio: zonder actio kon de obligatio niet bestaan.3 Van Savigny stelde het materiele recht centraal. Dit recht brengt immers, aldus Von Savigny, de voor de samenleving noodzakelijke rechtsorde tot stand.4 Als op een materieel recht inbreuk wordt gemaakt, verandert het materiële recht in een Klagerecht en kan de eiser in een procedure het materiële recht verwezenlijken.5 Het materiële recht ontwikkelt zich als het ware door de schending daarvan in een recht dat verwezenlijkt kan worden door veroordeling van de gedaagde. Het subjectieve recht ondergaat een gedaanteverwisseling. Von Savingy beschrijft die metamorfose van het subjectieve recht – de verhouding van ius en actio – als volgt:
‘Die Verletzung unserer Rechte aber ist nur denkbar als Tätigkeit eines bestimmten Verletzers, zu welchem wir dadurch in ein eigenes, neues Rechtsverhältnis treten; der Inhalt dieses Verhältnisses läβt sich im allgemeinen dahin bestimmen, daβ wir von diesem Gegner die Aufhebung der Verletzung fordern. Dieser Anspruch gegen eine bestimmte Person und auf eine bestimmte Handlung hat demnach eine den Obligationen ähnliche Natur.’6
De rechtsverhouding waarin partijen tot elkaar zijn komen te staan door schending van het recht is volgens Von Savigny materieelrechtelijk van aard. Het recht dat uit deze rechtsverhouding voortvloeit – het recht om opheffing van de schending te vorderen – noemt hij Klage of Klagerecht. Deze term gebruikte Von Savigny ook voor het geval de partij die opheffing van de schending kan vorderen, daadwerkelijk een procedure aanhangig maakt; ook dat is een Klage:
‘die Klage in der zweiten (formellen) Bedeutung oder die Klaghandlung mit ihren Bedingungen und Formen gehört in die Lehre vom Prozeβ.’7
In deze visie van Von Savigny is het procesrecht volledig ondergeschikt aan het materiële recht. Het procesrecht strekt enkel tot verwezenlijking van materiële rechten. Het procesrecht heeft geen invloed op het materiële recht en is dus volgens de theorie van Von Savigny volledig gescheiden van het materiële recht. Von Savigny had bij zijn opvatting over de verhouding tussen materieel recht en procesrecht het condemnatoire vonnis voor ogen. De vordering tot opheffing van schending van een recht leidt bij toewijzing immers tot een condemnatoir vonnis.8 Dat neemt niet weg dat de eiser volgens Von Savigny ook een verklaring voor recht – in Duitsland Feststellungsklage genoemd – kon vorderen.9 De verklaring voor recht moest dan wel gebaseerd zijn op de schending van een subjectief recht. Von Savigny knoopte aan bij de zogenaamde actiones praeiudiciales uit het Romeinse recht. Deze vorderingen werden ingezet als een provisorische maatregel om het bestaan van een rechtsverhouding vast te stellen, van welke rechtsverhouding men later (in een tweede proces) gebruik wilde maken.10 Deze actiones praeiudiciales pasten in de theorie van Von Savigny over rechtsvorderingen, maar hadden volgens Von Savigny nauwelijks praktische betekenis.11
Diverse Nederlandse schrijvers12 namen eind negentiende eeuw de theorie van Von Savigny over en zo is ook de opvatting van Von Savigny in de negentiende-eeuwse rechtspraak terecht gekomen.13