Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/7.2
7.2 De onrechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens
mr. T.F. Walree, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree
- JCDI
JCDI:ADS267470:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk Walree 2017 (hoofdstuk 1).
Zie artikel 5 lid 1 sub d AVG en artikel 16 AVG.
Zie artikel 5 lid 1 sub f en artikel 32 AVG.
Van der Linden & Walree 2018, p. 106-107 (hoofdstuk 2, paragraaf 3.1).
Vergelijk Van Alsenoy 2016, p. 282-283; De Hert e.a. 2013, p. 141; Nabben & Post Uiterweer 2019, p. 24. De verantwoordingsplicht lijkt dus niet alleen te gelden richting de toezichthouder. Zie anders Comijs 2016, p. 251.
De verwerkingsverantwoordelijke bepaalt het doel en de middelen van de verwerking. De gegevensverwerking vindt dus plaats binnen het zicht en onder controle van de verwerkingsverantwoordelijke. Dit brengt onder meer met zich dat hij een documentatieplicht (artikel 30 AVG) heeft en dat hij bij risicovolle gegevensverwerkingen moeten kunnen verantwoorden waarom hij bepaalde keuzes heeft gemaakt (artikel 35 AVG).
Zie Van Alsenoy 2016, p. 283.
Een verwerking van persoonsgegevens kan op meerdere wijzen onrechtmatig zijn.1 Voorbeelden zijn het oneigenlijk gebruik van persoonsgegevens,2 het (blijven) verwerken van onjuiste persoonsgegevens3 of het inadequaat beveiligen van persoonsgegevens.4
In tegenstelling tot wat ik in hoofdstuk 2 verwachtte,5 is het aantonen van de onrechtmatigheid van de verwerking vooralsnog geen lastige opgave. De rechtspraak schept het beeld dat de betrokkene een stelplicht heeft ten aanzien van de onrechtmatigheid van de verwerking en dat de verwerkingsverantwoordelijke vervolgens moet aantonen dat hij volgens de bepalingen van de AVG heeft gehandeld. Deze omkering van de bewijslast wordt waarschijnlijk gebaseerd op de ‘verantwoordingsplicht’ van de verwerkingsverantwoordelijke op grond van artikel 5 lid 2 AVG.6
Die omkering is gerechtvaardigd vanwege de informatie-asymmetrie tussen de verwerkingsverantwoordelijke en de betrokkene aangaande de gegevensverwerking.7
Onbepaald is nog of de betrokkene in een procedure altijd een beroep kan doen op de verantwoordingsplicht óf dat hij ten minste bewijs voor een redelijke verdenking van een onrechtmatige gegevensverwerking moet leveren.8 Als de betrokkene een onvoorwaardelijk beroep op de verantwoordingsplicht kan doen, ligt misbruik op de loer. Betrokkenen en/of belangenorganisaties kunnen gaan procederen tegen verwerkingsverantwoordelijken in de hoop dat er wat mis is. Om die reden is het verstandig dat een rechter prejudiciële vragen stelt over de voorwaarden van een beroep op de verantwoordingsplicht, voor zover daarover in een aanhangige procedure een vraag wordt opgeworpen (zie paragraaf 7.2)