Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/8.5.3.2:8.5.3.2 Rechten van de getuige
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/8.5.3.2
8.5.3.2 Rechten van de getuige
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Brants & Spronken 2006, p. 1.
Brants & Spronken 2006, p. 14.
Zie op dit punt meer uitvoerig § 2.2.2.
Brants & Spronken 2006, p. 2. Zie ook Mols 2003, p. 466.
Zie onder meer Mols die tien basisrechten onderscheidt (Mols 2003, p. 461 e.v.) en Den Hartog 2001, p. 302-304.
Crijns 2010, p. 375-378.
Mols 2003, p. 463-4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een belangrijke uitzondering op de verplichting om te verklaren is – als gezegd – gelegen in het verschoningsrecht. Het gaat hier om een correctie op de verklaringsverplichting gelegen in algemeen maatschappelijke belangen, waarvan de wetgever meent dat die zwaarder moeten kunnen wegen dan de waarheidsvinding in het concrete geval. Zo stellen Brants en Spronken in hun preadvies dat ‘eigen aan een geciviliseerde samenleving (is) dat in de rechtspleging de waarheid niet ten koste van alles boven water moet worden gehaald’.1 De Nederlandse wet onderscheidt verschillende categorieën van verschoningsgerechtigden, te weten 1) het verschoningrecht van verwanten; 2) het verschoningsrecht van (professionele) geheimhouders; 3) het verschoningsrecht in verband met gevaar voor strafrechtelijke veroordeling; en 4) het verschoningsrecht in verband met betrokkenheid bij het verhoor van bedreigde en afgeschermde getuigen (artikel 217-219b Sv). Daarnaast bestaat in Nederland nog een incidenteel verschoningsrecht waarbij het de rechter is die op grond van artikel 293 Sv in het concrete geval een afweging maakt of bepaalde vragen dienen te worden beantwoord.2 Het toekennen van verschoningsrecht komt niet alleen het maatschappelijke belang en de persoonlijke integriteit van de betrokkene ten goede, maar ook de waarheidsgetrouwheid van de verklaring in kwestie.3 Dit is vooral het geval daar waar het verschoningsrecht zich richt op de verklaring van verwanten of personen die zichzelf door het afleggen van een verklaring zouden kunnen incrimineren. Bij deze personen bestaat immers het risico dat zij niet naar waarheid zullen verklaren.4
Naast het recht om onder bepaalde omstandigheden niet te hoeven verklaren, kunnen ook andere rechten worden onderscheiden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het uit artikel 8 EVRM voortvloeiende recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. In de literatuur worden daarnaast ook andere rechten genoemd, zoals een recht op een onkostenvergoeding, een recht op rechtsbijstand en een recht op informatie.5 Er bestaat echter op dit punt weinig overeenstemming.6 Zo noemt Mols het recht op een schriftelijke deugdelijke verslaglegging. Niet alleen de verdachte maar ook de getuige zelf heeft er volgens hem immers belang bij dat zijn verklaring correct wordt opgetekend. Zo wordt voorkomen dat op de terechtzitting discussie ontstaat over hetgeen de getuige heeft gezegd en hij opnieuw moet worden gehoord.7 Zoals in het derde deel duidelijk zal worden, is een correcte schriftelijke verslaglegging van de getuigenverklaring zeer belangrijk voor de waarheidsvinding en de getuige kan daar een eigen belang bij hebben, maar men kan erover twisten of dit ook als een zelfstandig aan de getuige toekomend recht kan worden geformuleerd. Overigens kunnen aan andere, bijzondere getuigen specifieke rechten toekomen. Zo komt de afgeschermde getuige de bevoegdheid toe om (een deel van) het proces-verbaal niet te laten toevoegen aan het dossier (art. 226s Sv). Bij de uitoefening van dit recht kan het belang van staatsveiligheid prevaleren boven de waarheidsvinding.