Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/8.5.3:8.5.3 Nationaal juridische status
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/8.5.3
8.5.3 Nationaal juridische status
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bovenstaande zienswijze is theoretisch uitgewerkt in het proefschrift van Crijns, die mede voortborduurt op de relationele rechtsopvatting van ’t Hart en Foqué. Zie Crijns 2010, p. 350-360.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bovengeschetste ontwikkeling maakt duidelijk dat op nationaal en Europees niveau meer aandacht is ontstaan voor de belangen van de getuige. In de nationale wet is de getuige vooral drager van plichten en instrument voor de waarheidsvinding, maar de getuige wordt steeds meer gezien als volwaardig procesdeelnemer, die naast verplichtingen ook rechten heeft. De rechtspositie van de verklarende persoon is afhankelijk van de status die hij heeft binnen het wettelijke stelsel. Naarmate de regeling voor de getuige meer wordt gedifferentieerd, gaan de rechten en plichten van de individuele getuige verder uiteenlopen.
De grondslag op basis waarvan de getuige rechten en plichten toekomen, kan worden gevonden in de rechtsbetrekking van de strafvorderlijke overheid met de getuige. De strafvorderlijke overheid verlangt van de getuige dat hij verklaart en op deze wijze een bijdrage levert aan het algemene belang van rechtshandhaving en waarheidsvinding. De strafvorderlijke overheid stelt daar bepaalde rechten en een niveau van bescherming tegenover. De burger in kwestie kan in voorkomend geval immers zelf ook aanspraak maken op rechtshandhaving door de strafvorderlijke overheid. Er is in dit verband sprake van een zekere wederkerigheid, hoewel de tegenprestatie die door de overheid wordt geleverd vooral het grotere doel dient (het maatschappelijk belang van een goede rechtshandhaving en zorgvuldige waarheidsvinding) en slechts in beperkte mate de concrete belangen van de getuige zelf.1
8.5.3.1 Taak en plichten van de getuige8.5.3.2 Rechten van de getuige