Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.6:3.6. De rechtbank Rotterdam en het college van beroep voor het bedrijfsleven (CBB)
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.6
3.6. De rechtbank Rotterdam en het college van beroep voor het bedrijfsleven (CBB)
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS579933:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor de Mededingingswet heeft de facultatieve regeling van het per 1 september 2004 in werking getreden art. 7:1a Awb geen werking. Art. 7:1a Awb bepaalt dat een belanghebbende die tegen een besluit in beroep wil gaan, het bestuursorgaan in het bezwaarschrift kan verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep op de bestuursrechter.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor beroepen tegen besluiten op grond van de Mededingingswet bepaalt artikel 93 Mw in afwijking van artikel 8:7 Awb dat de sector bestuursrecht van de Rechtbank Rotterdam bevoegd is. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) is op grond van artikel 20 Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie bevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam. Cassatieberoep tegen de uitspraak van het CBB is niet mogelijk.
Voor wat betreft de nationale procedure dient degene aan wie op grond van artikel 8:1 lid 1 Awb het recht wordt toegekend beroep in te stellen, op grond van artikel 7:1 lid 1 Awb eerst bezwaar te maken bij het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen. Een besluit is volgens artikel 1:3 lid 1 Awb een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Ingevolge artikel 8:1 lid 1 Awb jo artikel 93 lid 1 Mw kan een belanghebbende tegen besluiten op grond van de Mededingingswet beroep instellen bij de rechtbank Rotterdam. Een nieuw aan artikel 93 Mw toegevoegd derde lid bepaalt dat een belanghebbende rechtstreeks beroep bij de Rechtbank Rotterdam kan instellen voor andere besluiten dan die waarvoor op grond van artikel 37 lid 1 en artikel 44 lid 1 Mw uitsluitend beroep en geen bezwaar openstaat. Een nieuw aan artikel 93 Mw toegevoegd vierde lid bepaalt dat de Rechtbank Rotterdam de NMa van een dergelijk beroep onverwijld in kennis zal stellen. De NMa kan binnen acht weken na een dergelijke kennisgeving de Rechtbank Rotterdam verzoeken het beroep-schrift als bezwaarschrift te mogen behandelen in welk geval de NMa het beroepschrift zal behandelen als bezwaarschrift.1