De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland
Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/7.2.2:7.2.2 De exploitant
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/7.2.2
7.2.2 De exploitant
Documentgegevens:
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS388634:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Lestrade & Rijken 2014, p. 677.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sub 4 stelt strafbaar degene die a) beïnvloedingsmiddelen inzet teneinde een ander te bewegen tot arbeid, diensten of orgaandonatie en b) degene die onder de omstandigheden van sub 1 enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een ander zich beschikbaar stelt tot arbeid, diensten of orgaandonatie. Dit sublid is afgeleid van het oude artikel 250ter Sr en het daarvoor in de plaats gekomen artikel 250a Sr. Deze artikelen waren enkel gericht op de bestrijding van seksuele uitbuiting. De bepaling is dus van oorsprong niet ingegeven vanwege artikel 4 EVRM of het VN Protocol mensenhandel, maar stamt af van de Nederlandse zedenwetgeving. Wel is naar aanleiding van de implementatie van het protocol de bepaling uitgebreid: in plaats van de seksuele diensten tegen betaling, gaat het nu om alle soorten arbeid en diensten inclusief orgaandonatie.
Ook al heeft artikel 4 EVRM niet de grondslag gevormd van de strafbaarstelling van de exploitant, de vraag is of het sublid desalniettemin tegemoet komt aan mensenrechtelijke verplichtingen. De exploitant beweegt een ander tot arbeid, diensten of orgaandonatie. Een slaaf staat onder de totale heerschappij van iemand anders. Het gaat bij slavernij (en daarmee te vergelijken praktijken) primair om de uitoefening van controle en niet om de tewerkstelling of dienstverlening. Alhoewel deze controle doorgaans wordt aangewend om iemand aan het werk te zetten en (financieel) voordeel te halen is dit niet noodzakelijk. Een gedwongen uithuwelijking bijvoorbeeld kan een vorm van slavernij betreffen, maar hoeft niet gepaard te gaan met arbeid of diensten. Ook een situatie van schuldbinding, waarbij het slachtoffer gedwongen is een schuld af te betalen, hoeft niet samen te gaan met arbeids- of dienstverlening, maar kan wel een praktijk vergelijkbaar met slavernij betreffen. De genoemde slavernijvoorbeelden vallen aldus buiten het bereik van sub 4.1
Bij dienstbaarheid heeft de dader vrijwel de volledige controle over een ander. De diensten die hierbij van het slachtoffer worden verlangd, kunnen worden getypeerd als arbeid of diensten. Bij dwangarbeid impliceert de naam zelf al dat het gaat om arbeid.
De exploitant beweegt een ander door beïnvloedingsmiddelen in te zetten. Deze middelen kunnen ervoor zorgen dat het slachtoffer de arbeid of diensten niet in vrijheid verricht, maar in slavernij, dienstbaarheid of dwangarbeid.
Dit leidt tot de conclusie dat – hoewel onderdeel 4 niet expliciet slavernij, dienstbaarheid en dwangarbeid benoemt – de delictsomschrijving materieelrechtelijk wél betrekking heeft op dienstbaarheid, dwangarbeid en de meeste vormen van slavernij. Als de slavernij evenwel geen arbeid- of dienstverlening betreft (de gedwongen uithuwelijking en vorm van schuldbinding), valt het buiten sub 4.
Onderdeel 4 heeft verder een breder bereik: niet alle beïnvloedingsmiddelen en elke vorm van arbeid of diensten leiden immers tot een situatie van slavernij, dienstbaarheid of dwangarbeid.
Met de opname van sub 4 wordt aldus gedeeltelijk tegemoet gekomen aan de internationale mensenrechtenverplichtingen. Dienstbaarheid en dwangarbeid vallen onder het bereik van de bepaling. Slavernij in de meeste gevallen ook, maar er zijn slavernijsituaties die niet onder het sublid te brengen zijn. Hetgeen voorts is geconcludeerd ten aanzien van sub 1 geldt ook hier: indien blijkt dat praktijken van slavernij, dienstbaarheid en dwangarbeid niet worden aangepakt op grond van (onder andere) dit sublid, bestaat de kans dat het EHRM een schending van artikel 4 EVRM aanwezig acht en alsnog specifieke strafbaarstelling vereist. Tot op heden heeft zich dit echter niet voorgedaan.