Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.16.0:Inleiding
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.16.0
Inleiding
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS609042:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 20a lid 1 Wet VPB 1969 is een regeling opgenomen op grond waarvan verliezen van lichamen waarvan de bezittingen in belangrijke mate bestaan uit beleggingen, niet langer verrekenbaar zijn indien het ‘uiteindelijke belang’ in de belastingplichtige is gewijzigd. De regeling is niet van toepassing bij elke aandeelhouderswisseling, maar alleen in geval van een wisseling waardoor de uiteindelijke zeggenschap of gerechtigdheid in belangrijke mate, dat wil zeggen 30% of meer, wijzigt. Het begrip ‘uiteindelijk belang’ heeft in dit verband een antimisbruikfunctie c.q. een antiontgaansfunctie.
De bepaling van art. 20a lid 1 Wet VPB 1969 is in principe ook van toepassing indien het ‘uiteindelijke belang’ voor 30% of meer wijzigt als gevolg van een interne aandeelhouderswisseling. In art. 20a lid 2 onderdeel b Wet VPB 1969 is echter een disculpatiemogelijkheid opgenomen voor natuurlijke personen of rechtspersonen die voorafgaand aan de aandeelhouderswisseling reeds een ‘uiteindelijk belang’ van ten minste 331/3% in de belastingplichtige hadden. In dit kader vervult het begrip ‘uiteindelijk belang’ in feite een facilitaire functie.
Overigens is in art. 12a lid 1 Wet VPB 1969 een regeling opgenomen die de handel in vennootschappen met een herinvesteringsreserve tegengaat. Deze regeling is op dezelfde leest geschoeid als die van art. 20a lid 1 Wet VPB 1969. Dat wil zeggen, dat de herinvesteringsreserve ook verloren gaat indien het ‘uiteindelijke belang’ in de vennootschap voor 30% of meer wijzigt. Ook in deze bepaling heeft dit begrip een antimisbruikfunctie c.q. een antiontgaansfunctie.